Onderzoeksagenda Zutphen Erfgoedlaboratorium 2024-2028

* Deze pagina is in ontwikkeling *

Deze agenda is samengesteld door het Erfgoedcentrum Zutphen en partners: Team Archeologie Zutphen, Cluster Monumentenzorg Zutphen, Team Regionaal Archief Zutphen en Musea Zutphen. Het overzicht is gebouwd op kennislacunes en collectielacunes: het ontbreken van studies, collectie of archieven over een bepaalde periode of een bepaald thema.

Verhaallijnen en thema’s

Onze onderzoeken zijn bij voorkeur helder en concreet en gericht op thema’s en verhaallijnen. We werken met thema’s omdat deze houvast geven. Denk daarbij aan de erfgoedthemajaren die jaarlijks worden verzorgd vanuit het Erfgoedcentrum. We brengen de onderzoeksthema’s zoveel mogelijk in lijn met de themajaren, maar houden ruimte voor onderzoeksvragen die buiten deze thematisering vallen.

Resultaten

  • Autonoom onderzoek: interdisciplinair en multidisciplinair: de verschillende disciplines van het Erfgoedcentrum nemen deel aan het onderzoeksproces of faciliteren het onderzoek
  • Publicaties; wetenschappelijk en populairwetenschappelijk
  • Tentoonstellingen en andere (culturele) uitingen van onze kennis- en onderzoeksagenda: op middellange termijn (enkele jaren) in een tentoonstelling en andere publieksactiviteiten
  • Versterkt (praktisch) onderwijs
  • Tijdelijke samenwerkingen, summerschool of onderzoekstrajecten. We creëren een warm welkom en een thuisbasis voor studenten en wetenschappelijk medewerkers
  • Aantrekkelijkheid van Zutphen voor toeristen en (nieuwe) inwoners
  • Voorbereidend onderzoek op stadsontwikkelingsprojecten

Onderzoeksthema's:

Onderzoeksthema's cultuurhistorie algemeen

Bronnen: gepubliceerd onderzoek, aanwezig bronmateriaal en beleidsuitgangspunten

Strijd, vrijheid en herinneringscultuur

Het herdenken en herinneren van de Tweede Wereldoorlog heeft een gestage ontwikkeling doorgemaakt van de focus op gevechtshandelingen en verzetswerk, naar het overbrengen van een bredere boodschap van vrede, herdenken, het doen van rechtsherstel, terugbrengen van roofkunst, het verwerken van rouw en verlies en intergenerationeel trauma. Kennisontwikkeling en emancipatie van verschillende bevolkingsgroepen maken daarnaast dat we met een bredere klik naar het verleden kijken. Bovendien is herdenken van politiek fenomeen ook een publiek fenomeen geworden, met publieke initiatieven, louter gericht op herinneren en verwerken van trauma.

Hoe kijken we naar (geschreven) bronnen, authentieke objecten, plaatsen, kunstwerken en getuigenverhalen in het proces van collectieve herinnering? Wat is typerend voor de herinneringscultuur in Zutphen door de eeuwen heen: welke typische gebruiken, rituelen en culturele uitingen vinden we? Is er een rode draad te zien door de eeuwen heen en welke is dat?
We kijken vaak terug op de wederopbouwperiode na de Tweede Wereldoorlog als een tijd van niet klagen, schouders eronder. Is dit een typische of juist atypische overgangsperiode van oorlog naar vrede en er iets te zeggen over de karakteristieken van Zutphense overgangsperioden tussen oorlog en vrede en vice versa: mobilisatie, economische neergang, economisch herstel, wederopbouw, rechtsherstel. Wat bepaalt de beleving van deze perioden? En hoe koppelen we publieksparticipatie en publieksinitiatieven aan oorlogsgeschiedenis en oorlogsarcheologie?

Zutphen adelstad

Zutphen dankt haar ontstaan en ontwikkeling aan de aanwezigheid van elite op de strategische plek op het rivierduin aan de samenvloeiing van de rivieren. Opeenvolgende dynastieën en machthebbers (graven van Hamaland, bisschop/koning, graven van Zutphen en Gelre) verbleven op deze plek. De hoogste elite trok ook lagere adel en dienstadel (ministerialen) aan, die zich in de nederzetting/stad vestigden. De adel zou tot ver na de middeleeuwen een stempel op de stad, de stedelijke cultuur en economie drukken. ‘Zutphen adelstad’ heeft een weerslag gehad op:

  • de materiele cultuur en wooncultuur: welke?
  • handel/importen luxegoederen: welke en op welke wijze verkregen?
  • ambacht: welke?
  • voedselpatroon: welke (hoe herleidbaar als typisch elite)?
  • uitingen in architectuur? Hoe herleidbaar, met welke boodschap?
  • uitingen van herinneringscultuur: op welke wijze?

En: is Zutphen een typische adelstad? En met welke steden is ze vergelijkbaar?

Na de welvarende middeleeuwen en de Tachtigjarige Oorlog brak een andere tijd aan. In Zutphen ontwikkelde zich een sterke adellijke vertegenwoordiging van investeerders, ondernemers en handelaren. In de zogenoemde Gouden Eeuw werd niet alleen vanuit Holland en Zeeland handel én slavenhandel bedreven, ook Gelderland en Zutphen lieten zich niet onbetuigd. Vanuit Zutphen oriënteerden bijvoorbeeld de broers Hendrick en Alexander van der Capellen, telgen uit een oudadellijke familie, en hun stadgenoten Willem Beeckman en Otto Keye zich op de verlokkingen van de Amerikaanse wereld overzee. Dit fenomeen had een grote invloed op de sociaaleconomische ontwikkeling van de stad. Het boek van Willem Frijhoff De Vergeten Republiek. Zutphen en de Nieuwe Wereld in de zeventiende eeuw biedt legio aanknopingspunten voor nader onderzoek naar de heroriëntatie van de adel in de nieuwe tijd.

De politieke invloed van de Zutphense adel in het kwartier van Zutphen, in Gelderland en in de Staten- Generaal (zowel in de Republiek als in het koninkrijk) lijkt groot geweest te zijn. Hoe is dat te verklaren? Wat was de politieke agenda van de Zutphense adel?

Aanpalende onderzoeksvragen zijn:

  • Hoe reisde de adel?
  • Hoe werd men van adel (sociaal maatschappelijke dynamiek)?
  • Waar woonde de adel in de stad? En waar in het buitengebied?
  • Op welke wijze werd het ommeland beïnvloed door de ontwikkeling van landgoederen en buitenplaatsen?
  • Welke (politieke en sociale) allianties waren er onder invloed van welke grote politieke ontwikkelingen (denk aan 1672-reglement, Plooierijen, Patriotten, Franse tijd, democratisering)?

Artistiek onderzoek

Kunstenaars kijken vaak met andere ogen naar de wereld. Kijken zij ook met andere ogen naar ons erfgoed? ‘Geschiedenis’ is immers iets anders dan ‘verleden’. Geschiedkunde is een interpretatie van het verleden binnen het paradigma van de academische opvattingen over het vak.

Artistiek onderzoek is vaak van een zintuigelijke, emotionele, hermeneutische en/of esthetische aard. Erfgoed is dat wat we door willen geven en is dus per definitie dat wat wij betekenisvol achten en waar wij iets bij voelen. Artistiek onderzoek is uitermate geschikt om precies dat web van beleving en betekenis dat zo sterk aan erfgoedobjecten en -plaatsen is verbonden, te onderzoeken én te verrijken. Artistiek onderzoek kan, naast het verdiepen van (kennis over) erfgoed, ook een actieve verstaalslag van erfgoed maken naar het wel en wee van hier en nu, en kan daardoor in potentie een breder publiek bereiken en aanspreken dan traditioneel academisch onderzoek – met name als dit onderzoek gestalte krijgt of een ‘product’ oplevert in de publieke ruimte.

Met een Artist in Residence-achtige aanpak willen we kunstenaars ons erfgoed op een vrijere manier laten onderzoeken. Daarbij creëren we tevens mogelijkheden voor vormen van publieksparticipatie en/of participerend onderzoek.

Maatschappelijke fenomenen en ontwikkelingen

Zutphen, stad van recht

Zutphen kent een rijke geschiedenis van rechtspraak; van hofrecht in de elfde eeuw via de Kondichboeken tot aan de rechtbank Zutphen. Sinds 2013 heeft Zutphen nog slechts een zittingplaats van de Rechtbank Gelderland. In 2017 vertrok ook de RIO, de opleiding voor rechters. Waar liggen de hiaten in de (recente) geschiedenis? Er zijn veel onduidelijkheden over met name de middeleeuwse rechtspraak. Waar werd precies recht gesproken? Waar werden vonnissen voltrokken? Veel van de beschikbare informatie is gebaseerd op waarschijnlijkheid. Daarnaast was er sprake van diverse gerichten in Zutphen. Termen als leengericht, hofgericht, schepenbank, etc. passeren regelmatig de revue. De literatuur is vaak specialistisch en daarmee voor burgers en toeristen onbegrijpelijk. Onderzoek kan gericht worden op het in kaart brengen van rechtsprekende instanties en hun locaties. Wanneer deze resultaten op een duidelijke, toegankelijke wijze gepresenteerd worden, zou dit de presentatie van de binnenstad ten goede komen. Interdisciplinair onderzoek (archeologie/monumentenzorg) ligt voor de hand.

Geschiedenis van het onderwijs in Zutphen

Wie wil de ontwikkeling van het onderwijs en geletterdheid in Zutphen in kaart brengen? Wat was de rol van de Librije? Van de Zutphense religieuze gemeenschap? Van de handelsreizigers in Hanzestad Zutphen? Wat is de betekenis van de Zutphense economie van drukken en uitgeven daarin? Ook zijn er boeken van de hand van Zutphense schrijvers en geleerden. Hoe groot was het belang en de reikwijdte voor de algemene ontwikkeling en het onderricht in biologie en natuurkunde van theoloog en natuurkundige ds. Jan Floris Martinet en botanicus David de Gorter?

Katholiek Zutphen en Klein Vaticaan

Rondom de ontwikkeling van katholiek Zutphen na 1853, met de focus op het gebied Nieuwstad - Klein Vaticaan, bestaan ook nog veel vragen. Katholieken werden lange tijd achtergesteld en uitgesloten. Vanaf het begin van de negentiende eeuw was er godsdienstvrijheid en kon het rooms-katholieke volksdeel haar achterstand inlopen. Rond de Nieuwstadkerk ontstond een rooms-katholiek conglomeraat van verschillende scholen en gebouwen voor armen-, ziekenzorg en liefdadigheid. Deze gebouwen gaven dit stadsdeel haar bijnaam: Klein Vaticaan’. Nader in kaart brengen van de impact, opkomst en verdringing door woningbouw is gewenst.

Terug naar boven >

Onderzoeksthema's archief

Het RAZ heeft een veelvoud aan bronnen die licht kunnen werpen op de geschiedenis van Zutphen. In dit document worden enkele thema’s uitgelicht. Het RAZ wil de bronnen die ze heeft beschikbaar stellen voor onderzoekers en studenten. De voorkeur gaat uit naar onderzoeken die direct aansluiten vinden bij de jaarthema’s uit de erfgoedagenda. Het RAZ staat daarbij open voor onderzoekers en studenten uit alle richtingen. Dus niet alleen historici en geschiedenisstudenten, maar bijvoorbeeld ook (toekomstige) archivarissen, sociale wetenschappers, bouwhistorici, etc. De ervaring leert dat onder meer deze specialisten in het verleden gebruik maakten van de bronnen en de expertise van het RAZ. Door het voortouw te nemen in het initiëren van dergelijke onderzoeken en bestaande onderzoeken nog beter te faciliteren, kunnen we actief bijdragen aan de strategische (erfgoed)agenda.

Zutphen in de zeventiende eeuw

In de geschiedschrijving van Zutphen speelt de zeventiende eeuw een zeer ondergeschikte rol. Het is een periode waarin Zutphen in eerste instantie moet herstellen van de Tachtigjarige Oorlog. Maar het is ook de periode waarin Zutphen zich tot een echte garnizoensstad ontwikkelt. Een van de thema’s die bijvoorbeeld onderzocht zou kunnen worden is de aanloop naar de “Franse” periode van 1672 tot 1674. De aanloop naar deze periode wordt gekenmerkt door onenigheid tussen burgers en de magistraat over een eventuele overgave. Op 25 juni 1672 geeft de stad zich over aan de Fransen, maar over de dagen van het Franse beleg tussen 13 en 25 juni 1672, is zeer weinig bekend. In de Historische atlas van Zutphen (2011) worden diverse vragen gesteld over het proces dat resulteerde in de overgave. Bijvoorbeeld: Was er sprake van muiterij? Of was er een kern van waarheid in de Hollandse oorlogspropaganda, waarbij de moedige burgerij tegenover de laffe raad werd geplaatst? Brononderzoek zou wellicht nieuw licht kunnen werpen op deze dagen.
Maar ook andere thema’s uit de zeventiende eeuw zijn mogelijk interessant; het RAZ beschikt over een grote hoeveelheid bronmateriaal waarover een onderzoeker kan beschikken.

Onderzoeksthema's W.T.M. Frijhoff

Hoogleraar Maatschappijgeschiedenis Willem Frijhoff (1942-2024) droeg in februari 2024 zijn archief over aan het Regionaal Archief Zutphen. De collectie bestaat voornamelijk uit onderzoeksdossiers voor zijn publicaties, maar de dossiers bevatten ook aantekeningen die zijn gemaakt met het oog op toekomstig onderzoek. Omdat Willem Frijhoff die specifieke onderwerpen van belang achtte voor Zutphen en omgeving, wil het RAZ zich graag inspannen om deze dossiers bij onderzoekers onder de aandacht te brengen. Enkele onderwerpen zijn bijvoorbeeld de Zutphense studenten (van diverse onderwijsinstellingen), toverij/hekserij (Jacob Vallick) en de verhalencyclus Jaromir van A.C.W. Staring. Maar ook het hierboven genoemde thema van Zutphen tijdens de Franse periode komt in zijn onderzoeksdossiers voor. Onderzoekers worden van harte uitgenodigd om de dossiers en de daaruit voortvloeiende onderzoeksvragen te benutten.

Ambachten in Zutphen

Onderzoek naar de ambachten in Zutphen, kan leiden tot interessante stadswandelingen en biedt kansen voor plaatselijke ondernemers. Zo is het archief bijvoorbeeld geattendeerd op de weefactiviteiten van de zusters in het Adamanshuis aan de Oude Wand. Hier is zeer weinig over bekend en kan wellicht nader onderzocht worden. Het is onduidelijk in hoeverre het bronmateriaal zich hiertoe leent. Een andere mogelijkheid is het laagdrempelig aanbieden van informatie over de verschillende winkels die door de eeuwen heen in Zutphen gevestigd waren. Dit zou bijvoorbeeld straat- of themagewijs voor een bepaalde periode kunnen worden uitgezocht en als een kaartlaag op de website gepresenteerd kunnen worden. Bronnen voor met name de negentiende eeuw zijn volop aanwezig. Een dergelijk onderzoek sluit aan op het thema gebruiksgeschiedenis, dat Monumentenzorg ook benoemt.

Archief van Coberco

Het archief van Coberco is een voor Zutphen uniek archief, omdat het archief niet alleen de regio Zutphen, Lochem en Brummen omvat. Het bevat veel informatie over de zuivelindustrie in het algemeen en de ontwikkeling van de coöperatie in het bijzonder. Toegankelijk maken is bij dit archief een voorwaarde voor nader onderzoek. Wellicht dat een (financiële) samenwerking met de opvolgende coöperatie voor de hand ligt. Ook kan gedacht worden aan een stage van de Archiefschool in Amsterdam.

Latijnse bronnen bij het RAZ

Het RAZ beschikt over veel middeleeuwse charters en andere bronnen, die volledig in het Latijn zijn opgesteld. Hierdoor zijn veel van deze bronnen onbegrijpelijk voor leken, terwijl ze voor de geschiedenis van de stad wél belangrijk zijn. Samenwerking met een universiteit zou de bronnen wellicht in het interessegebied van docenten en studenten kunnen brengen. Gedacht kan worden aan het selecteren van enkele specifieke stukken met aangetoond belang voor de geschiedenis van Zutphen, ofwel stukken die specifieke taalkundige eigenschappen bevatten die voor een Latinist interessant zijn.

Maan- en Klaagbrief Zutphen

Bernhard, graaf van Meurs, die in 1493 in Péronne in gijzeling zat, beklaagde zich in deze zogenaamde Maan- en klaagbrief dat zijn oom, hertog Karel van Gelre, zich niet aan zijn belofte heeft gehouden om hem vrij te kopen. Dit document staat bekend als het oudste stripverhaal van Nederland. N.a.v. de verhuizing van de Maan- en klaagbrief naar het museum is er een klein onderzoek naar de geschiedenis van het document uitgevoerd. Er blijven echter nog vraagtekens over. Waar zijn de brieven geschreven en getekend en door wie? Bovendien merkte Hans Busio het volgende op: Eén van de twee muurschilderingen in de evangelische kerk in Meurs heeft qua stijl veel weg van de illustraties op de maan/klaagbrief. Dit is wellicht een nader onderzoek waard (kunsthistorie of handschriftkunde).

Tweede Wereldoorlog

Het RAZ beschikt over een grote hoeveelheid bronmateriaal over de Tweede Wereldoorlog. Deze bronnen kunnen antwoord geven op uiteenlopende vragen. Door Archeologie is reeds het belang van het vastleggen van verhalen over onderduikers, onderdrukking, maar ook de versterkingen benoemd. Veelal wordt het in Zutphen aanwezige bronmateriaal over de Tweede Wereldoorlog op zichzelf beschouwd. Maar aan Zutphen gerelateerde bronnen (bijv. aanwezig bij het NIOD) worden bij dergelijke onderzoeken nog nauwelijks betrokken. Bovendien wordt er nog ieder jaar nieuw bronmateriaal vrijgegeven voor onderzoek. Het RAZ werkt graag mee met potentiële onderzoekers die het Zutphense bronmateriaal willen gebruiken.

Terug naar boven >

Onderzoeksthema's bouwhistorie

Gebouwen ná 1850

Het gebouwde erfgoed in Zutphen beslaat een periode van bijna 1000 jaar, met de toren van de Martinuskerk in Warnsveld als oudste bovengronds bewaard gebleven bouwwerk binnen de gemeentegrenzen. De gemeente kent een lange traditie van zorg voor het erfgoed en een groot deel van de inspanningen waren (en zijn) er op gericht om dat voor de toekomstige generaties te behouden. Het onderzoek naar het gebouwde erfgoed is lang gericht geweest op de uiterlijke verschijningsvorm en het indelen in typologieën, maar de afgelopen decennia is meer en meer de geschiedenis van het bouwvak en bouwtechniek (bouwhistorie) als een vanzelfsprekend element hierin opgenomen.

Dit heeft reeds geleid tot een aanzienlijke toename in de kennis over de bouwhistorie van de belangrijkste monumenten, maar in de wat minder opvallende panden en onbeschermde panden binnen het beschermde stadsgezicht vindt naar verhouding weinig onderzoek plaats terwijl ook die panden een interessante en nuttige bron van informatie zijn. Veel aandacht is altijd uitgegaan naar de historische monumenten, van vóór 1850, ook wat het onderzoek betreft. Over de ontwikkeling van de bouwtechniek van de panden uit de periode erna weten we nog relatief weinig, kennis die van belang is voor de waardering van de reeds beschermde jonge monumenten en van potentiële monumenten uit die tijd.

Middeleeuwen: tot 1500

Zutphen maakte vanaf de stadsrechtverlening omstreeks 1195 tot in de veertiende eeuw een economische bloeiperiode door. Na enkele stadsbranden rond 1300 werd de stad herbouwd in baksteen, daartoe gestimuleerd door stedelijke subsidies op baksteen en dakpannen. Door bouwhistorisch onderzoek is een redelijk beeld ontstaan van de bouwgeschiedenis en kenmerken van de kerken, stadsmuren en grote bakstenen huizen die in de stad verrezen, zeg maar de bekende identiteitsdragers van de stad, maar minder is bekend over de bouwhistorie van de huizen van de “kleyne luiden” in de secundaire straten. Onder andere op dit onderwerp is de komende jaren meer onderzoek gewenst.

Belangrijkste thema’s:

  • Ontstaan en groei
  • Stratenverloop en stadsplanning
  • Blokvorming en ontwikkeling percelering
  • Relatie verstening van huizen met stadsontwikkeling
  • Levenswijze
  • De stedelijke identiteit
  • De centrumfunctie van de stad
  • De stad als religieus centrum
  • Ambachten
  • Gezondheid
  • Bouwwijze
  • Stadsontwikkeling en bouwen
  • Gebouwtypen
  • Materiaal en constructie

Onderwerpen uitgelicht:

1. (bouwwijze) In Zutphen vindt op zeker moment een duidelijk waarneembare overgang plaats van Vlaams metselverband naar wild verband én van bakstenen met een bijna vierkante kop naar een plattere en langere baksteen.

Onderzoeksvragen:

  • Bestaat er een aantoonbaar verband in beide overgangen?
  • Welke factoren zorgen voor de overgang?
  • Is deze overgang in dezelfde periode ook waarneembaar in andere IJsselsteden?

2. (bouwregels) Na een aantal stadsbranden kort na elkaar tussen 1284 en 1336 komt het bouwen in baksteen in Zutphen goed op gang.

Onderzoeksvragen:

  • Wanneer is het versteningsproces in Zutphen afgerond?
  • Waren er uitzonderingen, locaties aan de randen van de stad of een stadsdeel waar organische bouwmaterialen langer werden gedoogd?

3. (bouwwijze) De kelders van de panden langs de hoofdstraten in Zutphen hebben vrijwel zonder uitzondering een gemetselde trap om deze ruimte vanaf de straat goed toegankelijk te maken.

Onderzoeksvragen:

  • Zijn deze toegangen al meteen bij de bouw van het stenen huis aangebracht of secundair?
  • Als de trappen in een later stadium zijn aangebracht, wanneer was dat?

4. (stadsontwikkeling) In Zutphen is een duidelijk beeld waarneembaar van overwegend lage panden met de nokrichting evenwijdig aan de straat in secundaire straten en meer grote panden met de nokrichting haaks op de straat langs de grote straten. Er zijn uitzonderingen.

Onderzoeksvragen:

  • Wat maakt met inachtneming van de stedelijke keuren over brandveiligheid en brandmuren dat of voor het ene of voor het andere huistype werd gekozen?
  • Wat maakt dat langs de Oude Wand ook veel huizen van het dwarse type kunnen worden aangetroffen?
  • Zijn er specifieke gebieden in Zutphen aan te wijzen waar het éénlaags huistype met zolder dominant was en bleef?
  • Wat was hiervoor de achterliggende reden en vanaf wanneer?

5. (stadsontwikkeling) In verband met de vorige onderzoeksvraag: langs de belangrijke straten in de kern van de stad en langs de markten zijn reeds vanaf de verstening huizen met twee bouwlagen en een kap gebouwd.

Onderzoeksvraag:

  • Vanaf wanneer wordt het ruimtelijk beeld in de stad beheerst door huizen met twee bouwlagen en een zolder, m.a.w. wanneer is het ophogen van de éénlaags panden voltooid? (de periode tussen beide fasen zou als overgangsfase kunnen worden bestempeld)

Nieuwe Tijd: 1500-1850

In de eerste eeuw van deze periode vindt de overgang plaats van een middeleeuwse samenleving waarbij Zutphen functioneert binnen een hertogdom naar opname binnen een groter bestuurlijk, politiek verband (Habsburgse Rijk). De kerkelijke en burgerlijke, bestuurlijke instituten en verhoudingen bleven op lokaal niveau intact. Het laatste kwart van de zestiende eeuw markeert voor Zutphen de definitieve overgang naar de nieuwe tijd met een nieuwe religie en gewijzigde bestuurlijke verhoudingen. Toch bleef aanvankelijk veel bij het oude, zoals de territoriale verdeling van de Nederlanden alsmede de bestuurlijke en rechtelijke structuur. Hierin komt pas ten tijde van de Bataafse Republiek verandering en wordt dan grondig gewijzigd. De staatkundige toestand van Nederland wijzigt in 1813 en 1848 nog een keer. Zutphen wordt een provinciestad. Bouwkundig gezien markeert in Zutphen de zeventiende eeuw de overgang van de middeleeuwen naar de nieuwe tijd met de definitieve doorbraak van andere bouwmaterialen en technieken.

Belangrijkste thema’s:

  • Ontstaan en groei
  • De roerige jaren 1572-1591
  • Stadsontwikkeling nadien
  • Levenswijze
  • Bouwwijze
  • Gebouwtypen
  • Bouw algemeen
  • Uitingen
  • Materiaal en constructie

Onderwerpen uitgelicht:

1. (bouwwijze) Na de roerige jaren 1572-1591 vindt in Zutphen een verkleining plaats van de gebruikte bakstenen.

Onderzoeksvragen:

  • Welke factoren waren van invloed op de verkleining van de bakstenen die daarvoor werden gebruikt? (bijvoorbeeld de inname van de stad door Maurits in 1591)
  • Wat maakte dat het verkleinen van bakstenen vanaf dat moment wel succesvol werd en eerder/ in de 16e eeuw niet?
  • Anders gesteld: waarom kon het grote baksteenformaat in Zutphen ( en in de andere IJsselsteden) lang in gebruik blijven?

2. (bouwwijze )Voor balkhout en ander constructiehout blijft in Zutphen zeker in de zeventiende eeuw nog eikenhout in gebruik.

Onderzoeksvragen:

  • Welke factoren zorgden voor het definitieve afscheid van eiken en de doorbraak van naaldhout in de regio in het bijzonder in Zutphen voor constructiedoeleinden

3. (bouwwijze) In de 17e eeuw komt ook voor het sporenhout naaldhout in gebruik. Aanvankelijk nog geheel in een middeleeuwse bouwtraditie opgericht, d.i. met haanhouten, halfhoutse verbindingen, ook in de nok (dus zonder nokgording) en de toepassing van telmerken.

Onderzoeksvragen:

  • Wanneer worden in Zutphen naaldhouten sporenkappen volgens middeleeuwse opzet niet meer toegepast?
  • Welke factoren droegen bij aan deze ontwikkeling?

Moderne tijd / industrialisatie: na 1850 na chr.

Deze periode wordt gekenmerkt door een overgang van een kleinschalige, traditionele bouwtraditie en vervaardiging van bouwmaterialen naar industrialisatie van de fabricage van bouwmaterialen. Meest bekend voorbeeld is de mechanisatie van de vervaardiging van baksteen en - daaraan gerelateerd - van dakpannen, maar ook ijzeren, stalen en in de twintigste eeuw betonnen constructie-elementen als pilaren, balken en consoles vinden toepassing. In deze periode vindt bovendien een verregaande diversificatie plaats van gebouwgebruik en gebouwtypen. Een en ander wordt geholpen en op gang gebracht door de vergrote mobiliteit en vanaf het eind van negentiende eeuw door technologische vernieuwingen als telefoon en elektriciteit.
Momenteel is onvoldoende zicht op de gebruiksgeschiedenis binnen het gebied binnen de oude vesting en de bijbehorende gebouwtypologie en constructiewijzen. Denk aan stadsboerderijen, tabaksfabriekjes, slagerijen, rijtuigwerkplaatsen, smederijen etc. Ook in hoeverre de moderne technologie deel gaat uitmaken van het gebouwde en immaterieel erfgoed in Zutphen is nauwelijks onderzocht.

Belangrijkste thema’s:

  • Ontstaan en groei
  • Stadsontwikkeling: uitbreidingen na opheffen vesting
  • Levenswijze: impact mobiliteit en technologie
  • Bouwwijze
  • Gebouwtypen
  • Bouw algemeen
  • Uitingen
  • Materiaal en constructie

Onderzoeksvragen uitgelicht:

  1. (gebruik) Hoeveel stadsboerderijen bevonden zich binnen de vesting Zutphen en is er een concentratie van deze functie waarneembaar?
  2. (gebruik) Waaruit bestaan de overeenkomsten en verschillen met de reguliere hallenhuis gebaseerde boerderijen die buiten de stad werden gebouwd
  3. (bouwwijze) Wat zijn de key changes als het gaat om de inzet van moderne bouwmaterialen en technieken binnen Zutphen en vanaf wanneer zijn die toegepast
  4. (stadsontwikkeling) Lag aan de ontwikkeling van de Deventerweg een vastgesteld stedenbouwkundig plan met voorschriften ten grondslag?
  5. (stadsontwikkeling) Wat is tijdens de pioniersfase van de ontwikkeling van de Deventerweg de rol geweest van de aannemer-architect?

Terug naar boven >

Onderzoeksthema’s archeologie

Bronnen: gepubliceerd onderzoek, aanwezig bronnenmateriaal bij de erfgoedpartners

DNA en identiteit

Overkoepelend thema: ‘Waar komen we vandaan?’

  • Wie waren onze voorouders?
  • Bestaat de Zutphenees nog/wel?
  • Wat maakt Zutphen (en Warnsveld) tot wat het nu is?
  • Hoe onderscheidde Zutphen zich van andere steden? Is er verschil?
  • Hoe verhouden we ons tot onze geschiedenis en ons erfgoed?
  • Wat maakt ons trots, en wat niet?
  • Wat kunnen we leren van ons verleden?
  • Welke inspiratie geeft het verleden ons voor de toekomst?
  • Wat zijn sterke onderscheidende thema’s (sterke erfgoedmerken)?

Vraag het de Zutphenaar of bezoeker en de stad wordt geassocieerd met de Hanze (historische binnenstad), de rechtspraak, antroposofie, maar ook met sociale armoede. Waar komt dat vandaan? Trots zeggen Zutphenaren dat ze natuurlijk de oudste van de IJsselsteden zijn. Maar klopt dat wel?

DNA. Hoe Zutphens is de Zutphenees?

Een actuele discussie naar identiteit, eigenheid, pluriformiteit en veranderingen van onze samenleving, cultuur en gebruiken.
Bestaat de Zutphenees? Waar komen we vandaan? De historie lijkt ons te wijzen op periodiek grote veranderingen in de bevolkingssamenstelling (Vikingen, vroege middeleeuwen, groei van de dertiende-eeuwse stad met nieuwe inwoners, vreemde handelaren, demografische fluctuaties in de late middeleeuwen, de Tachtigjarige Oorlog met demografisch dieptepunt, de groei van de bevolking en garnizoensbevolking in de zeventiende eeuw, de groei in de negentiende eeuw etc. Wie waren die oude en nieuwe Zutphenaren en waar kwamen ze vandaan? Hoe hebben ze onze Zutphense cultuur beïnvloed?
Er is een dataset van menselijk materiaal in de depots uit diverse perioden van de ontwikkeling van Zutphen. Het materiaal is geschikt voor monstername voor DNA- en isotopenonderzoek. Dat DNA kan worden vergeleken met de huidige ‘Zutphenezen’, maar ook met andere etnische groepen in de Europese samenleving. Uit het isotopenonderzoek kan bepaald worden waar een individu is geboren en opgegroeid om de herkomst van nieuwe inwoners van toen vast te stellen.
Mooie voorbeelden van dergelijke projecten zijn bekend in Eindhoven, Vlaardingen en Oldenzaal.

Paleolithicum (Oude Steentijd)

De basis van Zutphen is een rivierduin dat zo’n 12.000 jaar geleden ontstond (laat-Paleolithicum, Jonge Dryas). Feitelijk kreeg de hele landschappelijke omgeving van Zutphen in die periode zijn vorm. Vanaf die tijd zijn ook er aanwijzingen voor menselijke aanwezigheid. Maar hoe zit het met de periode daarvoor? In de museumcollectie bevinden zich tal van fossiele dierenbotten. Ze komen uit de diepere sedimenten onder onze stad. Om wat voor dieren gaat het? hoe oud zijn ze? en bevinden zich op deze botten bv. snij- of haksporen? Bevatten de sedimenten waarin deze resten zich bevinden ook (kleinere) menselijke artefacten? Onder de rivierduinen van Zutphen en De Hoge West (Wesse, Meijer Groenpad) zijn ooit resten van houtskool en botfragmenten opgeboord. Er zou sprake kunnen zijn van paleolithische sites. Hoe oud zijn deze? Wat is de aard van de bewoning/sites?

Mesolithicum en Neolithicum

Uit het vroege mesolithicum zijn tal van kampementjes bekend uit Zutphen. En er is al veel onderzoek naar gedaan en veel over gepubliceerd. Maar waarom zijn resten uit het late mesolithicum en neolithicum in Zutphen en omgeving veel zeldzamer? En wanneer begon de echte Neolithisering (overgang van jagen-verzamelen naar landbouw) hier? Waar en wanneer waren de eerste ontginningen? Hoe zagen de eerste huizen eruit?

Bronstijd-IJzertijd

We kennen in Zutphen wat urnenvelden en wat zeldzame losse prehistorische graven. Maar dit kan onmogelijk de totale populatie die dit gebied bewoonde representeren. Wat gebeurde er met de rest van de bevolking en waar (en hoe) zou je daar naar moeten zoeken?
Overal in Europa zijn uit de late prehistorie aanwijzingen voor sociale differentiatie en machtsongelijkheid aanwijsbaar, vaak gekoppeld aan bv. Heuvelforten. Zijn dergelijke structuren ook aantoonbaar in Zutphen of haar directe omgeving? Hoe groot waren de (handels)netwerken waar onze lokale gemeenschappen deel van uitmaakten? Als in alle ons omringende landen (Engeland Frankrijk, België en Duitsland) laat-prehistorische heuvelforten zo ontzettend algemeen zijn, waarom zouden die dan in onze omgeving ontbreken? Zijn er methoden om dergelijke structuren ook bij ons te vinden (denk aan AHN, boringen, proefsleuven). Gaat de versterking op de top van het Zutphense rivierduin zelf niet terug tot vóór de Romeinse tijd en hoe zou je dat evt. kunnen aantonen?
Dit zijn bij uitstek scriptieonderzoeken voor een of meer academische studenten.

Oorsprong van Zutphen

Over de kiemcel van de stad, de eerste nederzetting met bewoningscontinuïteit naar de huidige stad, zijn de afgelopen vijftien jaar hypothesen geformuleerd. Dit naar aanleiding van vondsten in opgravingen in de binnenstad. De oorsprong van Zutphen zou kunnen wortelen in de vierde eeuw. Dat zou Zutphen inderdaad tot de oudste IJsselstad maken. Er zijn ook nederzettingen (vindplaatsen) in de directe omgeving die in de (late) Romeinse tijd ontstaan. Maar al het archeologisch bronnenmateriaal (er is veel) is nooit samenhangend onderzocht. Dit is bij uitstek een scriptieonderzoek voor een of meer academische studenten.
Was Zutphen een versterking van een machthebber? Was het een cultusplaats? Een gerechtsplaats? Een gewone nederzetting? Of allemaal in één? En waar en wanneer liggen de wortels van Zutphen nu echt? Hoe zit het met de bewoningscontinuïteit tussen de laat-Romeinse tijd en de Karolingische tijd?

Vroege Christenen?

Samen met Deventer kent Zutphen het verschijnsel van voorkomen van vroege begravingen in de binnenstad (zevende en achtste eeuw) die christelijk aan doen. Waren het christenen? Wat weten we van de vroege kerstening (ook Wichmond, Warnsveld hebben vroeg gestichte kerken). Hoe uitte zich dat in de materiele cultuur (o.a. fibulae) en begravingswijze? Welke niet-christelijke grafculturen waren er in de vroege middeleeuwen. Bekend zijn twee grafvelden in Leesten uit de vierde en vijfde eeuw, maar grafvelden uit de zesde en zevende eeuw zijn nog niet bekend.

Karolingische tijd – volle middeleeuwen

Over de Karolingische periode is al veel onderzocht en gepubliceerd. Dit heeft onder meer te maken door de resten van de Vikingaanval en de ringwalburg, die de blauwdruk van het oudste stedelijk weefsel vormde. Ook over de periode erna (900-1200) is veel gepubliceerd. Het historisch onderzoek naar de graven van Hamaland, de hertogen van Lotharingen, graven van Zutphen en hun relatie tot Zutphen is al meer dan honderd jaar een levendig debat. De hypothese van de aanwezigheid van een koningspalts tussen grofweg 1050-1100 te Zutphen moet worden gevoed door nieuw archeologisch bronnenmateriaal en een blijvende aandacht voor historisch onderzoek naar de weerbarstige Zutphense bronnen en die in andere archieven in Europa.
De periode van 850-1200 is te cruciaal in de Zutphense historie om in hoofdlijn en detail niet te bestuderen. Alle kansen moeten worden benut om meer over deze wordingsfase van de stad te weten te komen.

Domeinstructuren

In en rond Zutphen was in de volle middeleeuwen sprake van een domaniaal landschap van grootgrondbezitters: koningsgoed, grafelijk goed, kapittel- en proosdijgoederen. Ook kloosters in den vreemde hadden in de omgeving bezittingen (Werden, Corvey, Prüm). Waar lagen die domeingoederen (historische en archeologische bronnen)? Hoe zien ze er uit (layout, gebouwen, materiele cultuur)?? Hoe manifesteert zich het onderscheid tussen hoofdhoven, lagere hoven en vrije erven? Is er een correlatie tussen domeingoederen en hutkommen? Zijn er argumenten om komhutten te beschouwen als behuizingen van onvrijen (lijfeigenen)? Welke gebouwtypen en met welke functies zijn op domeinhoven te vinden? Wanneer verdwijnt het domaniaal ingerichte landschap? Welke invloed heeft de stad erop?

Percelering en huizen in de vroege stad

Alhoewel er al een studie is (ZAP 65) over dit thema zijn er nog veel vragen over het ontstaan van de percelering in de binnenstad en de ontwikkeling van de huizen erop. Het gaat om de periode tussen grofweg 1150 en 1325 (de start van de grootschalige verstening na de stadsbranden).
Hoe ontwikkelde zich de percelering met het groeien van de stad (splitsen) en welke vormen kunnen we onderscheiden? Is de relatie te leggen met de vroege belastingheffing?
Hoe zijn zaken uit zoals domeinhoven of horrea die we uit de geschreven bronnen kennen archeologisch zichtbaar?
Wat is de morfologische, constructieve en functionele ontwikkeling van huizen? Hoe ontwikkelde zich het houten huis tot stenen huis? Wat was de dichtheid van houten huizen in de 13e eeuw? Wat was het stenen huizenbestand in de 13e eeuw? Wat was de invloed van de stadsbrand van 1284? Zijn er nog vroege balklagen en kapconstructies bewaard van voor de stadsbranden (dendro-programma)? Door welke gebieden werd de vroegste (bak)steenarchitectuur in Zutphen beïnvloed?

Handelsnetwerken

In de bloeitijd van de stad (13e – 15e eeuw) bestonden tal van handelsnetwerken. De Hanze is er een van, en wel de meest bekende. In hoeverre stroken de archeologische vondsten, de numismatische collectie uit Zutphense vondsten met het historisch bronnenmateriaal? Was Zutphen wel een Hanzestad in de ‘echte’ bloeitijd (1250-1350)? Dit thema kan in zeer veel detailstudies opgedeeld worden. Welke families waren actief in de handel? Welke tendensen zijn te bespeuren in de reikwijdte en bulk van de Zutphense handel? In welke steden, streken, kusten was de Zutphense handel actief? Hoe zichtbaar is de ‘Hanze’ in de Zutphense bodem, in de gebouwen, in de geschreven bronnen? Hoe zijn de soms sterk schommelende importpercentages (en wisselende productiegebieden) van aardewerk/steengoed tussen 850 en 1300 te verklaren?

De nieuwe stad

Stadsplanning, demografie, economie, verstedelijking, functioneren.
Zutphen kent binnen de middeleeuwse stadsgrenzen geplande, gestichte stadsdelen. De nieuwstad is de bekendste maar ook in de Spittaalstad zijn elementen ervan aanwijsbaar. En mogelijk zijn kleine stadsdelen binnen de oude stad ook planmatig opgezet. Er is veel archeologisch onderzoek in die stadsdelen gedaan. Tevens is er een grote dataset aan bouwhistorische gegevens en de archiefbronnen bieden aanknopingspunten waar de inwoners vandaan kwamen, welke (economische) activiteiten ze ondernamen en wie de oorspronkelijke grondheren waren. Wie stichtte de steden en stadsdelen? Met welk motief (multidisciplinaire toetsing van het proefschrift van Reinoud Rutte. Stadsplanning en stadspolitiek), waar kwamen de inwoners vandaan? Wat waren de economische activiteiten? Hoe werd gebied ingericht, verkaveld, verdedigd? Hoe ontwikkelde zich de percelen en huizen?

Versterkingen, stadsmuren, vestingwerken

Naar dit thema is al veel archeologisch en bouwhistorisch onderzoek gedaan. Toch is daarmee het verhaal verre van compleet. Zutphen kent, anders dan de meeste andere steden, een zeer lange, gefaseerde en complexe ontwikkelingsgeschiedenis van versterkingen (van de 4e eeuw(?) tot WOII. - - De oudste fasen zijn globaal in beeld en nadere dateringen zijn nodig. De omwalling van de ringwalburg is nooit goed in beeld geweest en kan goede dateringsaanknopingspunten opleveren. - Van de omwallingen uit de 12e eeuw (met vermoedelijk veel tufstenen versterkingselementen) is de ligging nu wel bekend, maar de morfologie van poorten en torens zijn we slecht geïnformeerd.
- De stadsmuur kent een complexe wordingsgeschiedenis. Er zijn detailstudies maar er is geen samenhangend bouwhistorisch beeld.
- Dat geldt ook voor de 16e-eeuwse versterkingen, waarvan wel geschreven bronnenmateriaal en kaartmateriaal bestaat maar deze resten zijn veelal in de latere vestingontwikkeling opgegaan.
- De resten uit WOII zijn de laatste jaren sterk in de belangstelling gekomen. Er is veel verdwenen in de afgelopen 75 jaar. Een alomvattende studie naar de archeologische relicten en de bovengrondse resten is dringend nodig.

Warnsveld

In 2018 verscheen een studie van de universiteit van Amsterdam over dorpsvorming in Nederland (village formation). Hierin werd Warnsveld als een goed onderzochte case study gepresenteerd. Niet alleen de vele opgravingen en waarnemingen in het dorp maar ook de omgeving (Leesten, Eme) bleek van groot belang voor het begrijpen van het ontstaan van het dorp. Daarmee weten we zeker niet alles over Warnsveld.
Wanneer is de kerk gesticht? Hypothese hierover moeten worden getoetst.
Er lijken tot 1300 meer middeleeuwse erven op de enk geweest te zijn dan daarna. Hoeveel? Hoe is de afname te verklaren?
Hoe en wanneer ontwikkelde de (niet agrarische) dorpskern zich rond de kerk?
Wanneer (en hoe) ontstonden de adellijke goederen ’t Velde en ’t Brake?

Specifieke vondstgroepen

De afgelopen 10 jaar zijn studies verschenen naar diverse bijzondere vondstcategorieën uit de collectie van het gemeentelijk archeologisch depot (kacheltegels, kleipijpen, dobbelstenen, kralen, vuurstenen artefacten, pauselijke bullae, muntgewichten). Maar de meeste vondstcategorieën zijn nooit als thema bestudeerd. De belangrijkste (grootste collecties) volgen hieronder.

Numismatiek

Binnen de gemeente Zutphen zijn vele duizenden muntvondsten gedaan, van Keltisch (1e eeuw voor Chr.) tot en met de koninkrijkperiode (de gehele Nederlandse numismatische periode). Veruit de meeste munten zijn gedetermineerd en ingevoerd in de gemeentelijke database maar een overall-study naar het numismatische materiaal is er niet. Hierbij zijn diverse vraagstellingen te bedenken.
Binnen de collectie zijn ook contexten waaraan specifieke vragen te stellen zijn. Men denke aan muntvondsten in religieuze gebouwen en hun betekenis in het ritueel, muntschatten, munten op handelspleinen en handelsnetwerken.

Objecten en afbeeldingen van devotie

In zowel kerkelijke en andere gebouwen, in collecties van archeologie en musea zijn uitingen van devotie aanwezig. De collectie is breed in tijd en soort en biedt mogelijkheden om het spirituele leven van de Zutphenaren door de eeuwen heen te onderzoeken. Ook archiefbronnen kunnen hier bij worden betrokken. Enkele beschikbare collecties: gebrandschilderd glas, heiligenbeelden (van steen, pijpaarde, terracotta, hout), schilderingen (vooral in religieuze gebouwen), profane objecten met religieuze afbeeldingen, pelgrimsinsignes.

Overige onderzoeksvragen

Ook van andere vondstcategorieën heeft de gemeente inmiddels een grote collectie opgebouwd, waaraan vragen te verbinden zijn.
Laken- meel-, post- en vleesloden. Laat- en post-middeleeuws: productie/ambachten, handel, netwerken, kwaliteitswaarborgen. Met name de lakenproductie en handel is een belangrijk thema voor de stad in de late middeleeuwen en vroegmoderne tijd
Kledingaccessoires. Vanaf de Romeinse tijd tot heden: mode, functie, status, symboliek, verschil binnen stedelijke culturen en platteland.
Kleding. Er is een opvallende discrepantie in de archeologiecollectie: zeer veel schoenresten en lederen objecten uit de 13e en begin 14e eeuw en zeer weinig van daarvoor en daarna (uitgezonderd een complex schoenen uit ca. 1600). Textielresten uit de Zutphense bodem zijn al helemaal schaars. Een studie ernaar is ook nog niet gedaan. Het museum heeft een kledingcollectie vanaf ca. 1700.
Een studie naar de stedelijke en/of regionale mode vanaf de middeleeuwen bestaat niet en is nog maar beperkt mogelijk door lacunes in de collectie.

Kenniskaarten

Op dit moment zijn van diverse thema’s kenniskaarten beschikbaar, maar we zijn nog lang niet compleet. Een voorlopig overzicht hieronder.
Beschikbaar zijn:
• de ontwikkeling van de vestingwerken van de 4e eeuw tot 20ste eeuw
• de religieuze complexen (kerken, kloosters, kerkhoven, immuniteiten, gasthuizen) van de 8e eeuw-1880.
Onvoltooid zijn de kenniskaarten van:
• bierbrouwerijen door de eeuwen heen
• adellijke complexen in de stad en buitengebied
• weeshuizen, hofjes, hoven, armenhuizen, armengangen
Nog geheel onderzocht en te ontwikkelen:
• militaire complexen (kazernes, lazaretten, arsenalen, oefenterreinen, schuttersvelden, stallen, doelen etc.)
• munthuizen
• stadsboerderijen

Tweede Wereldoorlog

Hoewel relatief kort geleden blijkt telkenmale dat veel over de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog relatief onbekend is en dat er nog altijd veel vragen leven (zie onder meer ZAP 69, 84, 90, 123). De versterking van de stad door de Duitsers tegen een geallieerde invasie vanaf september 1944 heeft tal van sporen achtergelaten die in meer of mindere mate bewaard zijn gebleven. Het ontsluiten van dit erfgoed, niet alleen in fysieke zin maar ook archivalisch, kan veel licht werpen op deze episode uit de geschiedenis. Aansluitend daarop kan een koppeling gemaakt worden met de bevrijding van de gemeente.
Een onderzoeksactiepunt is een goede inventarisatie in de gemeente Zutphen naar de bovengronds en ondergronds aanwezige resten van de versterkingen (bunkers, loopgraven, FLAK-stellingen, tankgrachten, commandoposten, infrastructuur) en gevechtshandelingen (battle field archaeology, bomkraters, V1’s, mobiele resten van wapens en munitie, Beutewaffen).
Ten behoeve van het onderzoek is het zinvol dat een GIS ontsluiting wordt gemaakt van de Defence Overprint, een herinterpretatie van Geallieerde Luchtfoto’s ooggetuigenverslagen en dat onder meer een inventarisatie wordt binnen externe archieven zoals van het NIOD. Hier bevinden zich bijvoorbeeld de verslagen van de Ortskommandantur. Dit biedt tevens inzicht in welke eenheden in de omgeving gelegerd hebben gelegen.
Een tweede onderzoek kan zich richten op panden van verzet, onderduiken en onderdrukking. Een overzicht creëren van diverse gebeurtenissen. Sporen en verhalen vastleggen. Een recent voorbeeld daarvan is het verhaal rond het vakantiehuis van Frits Gies, Almenseweg 2, waar onderduikers een doorgangsadres vonden. Na waardering en selectie kunnen we de fysieke resten van WOII adequaat gaan beschermen.
Battle field archaeology, overig
Wat voor de Tweede Wereldoorlog geldt is ook zeer toepasbaar op de materiele neerslag en het bronnenmateriaal van andere conflictperioden: de Vikingaanval (882), de 80-jarige oorlog (met name 1572-1591), de Franse invallen (1672 en 1795). Maar ook de tussenliggende perioden waarin Zutphen een militaire cultuur kende met laatmiddeleeuwse stedelijke milities, de latere garnizoensaanwezigheid, de mobilisaties en de bezettingen door vreemde mogendheden.
Een van de meest tot de verbeelding sprekende veldslagen in Zutphen is, wat de Engelsen noemen, The Battle of Zutphen, de militaire confrontatie tussen de Spanjaarden en Engelsen onder Dudley (Leicester) waarbij sir Philip Sidney dodelijk gewond raakte. De locatie van de slag, tussen Zutphen en Warnsveld, is globaal bekend maar nooit gevonden.

Terug naar boven >