Erfgoed van de week: Zutphens Natje in Suriname

Door Bert Fermin

Onlangs kregen we bij het Erfgoedcentrum Zutphen een intrigerend mailtje van ene Marnix Visser. Hij stuurde wat foto’s van een steengoedkruikje dat gevonden was in Suriname. Door archeologen wordt dit type kruik een mineraalwaterfles genoemd. Op de schouder is een naam gestempeld: H.L. Ketjen. Visser had zelf al de connectie met Zutphen gelegd en was benieuwd of wij meer wisten.

De naam Ketjen klinkt de meeste mensen in Zutphen waarschijnlijk bekend in de oren: het roept associaties op met de Bult van Ketjen, het stukje vestingwerk bij de Vispoorthaven waar sinds kort een kanon op prijkt. Dat is inderdaad een hoge bult, die genoemd is naar H. Ketjen, een rijke houthandelaar die in een (niet meer bestaande) villa woonde op dit fraaie uitzichtpunt over de IJssel. Maar dat is dus H. Ketjen en niet H.L. Ketjen, ofschoon beide familie waren. Over deze laatste Ketjen is eigenlijk relatief weinig te vinden. Na een korte zoektocht dook zijn naam op tussen 1824 en 1842: Hermanus Lodewijk Ketjen, woonachtig in de Kuiperstraat. Hij was wijnkoper. We mogen dus aannemen dat er eerder brandewijn dan mineraalwater in de kruik heeft gezeten. Vanaf 1863 komen we zijn naam alleen nog tegen als “Firma Erven H.L. Ketjen”. Hermanus Lodewijk is dan blijkbaar al overleden, waarmee de kruik dus waarschijnlijk uit het tweede kwart van de negentiende eeuw dateert.

Maar hoe komt een Zutphense kruik, waarvan er in Zutphen in ieder geval nog nooit een is gevonden, in Suriname terecht? In 1840 en 1841 wordt er een kapitein-luitenant H. Ketjen genoemd in Suriname. Uiteraard is dit niet H.L. Ketjen, die was immers wijnkoper en geen kapitein-luitenant. Wat de “thuishaven” van H. Ketjen was weten we niet, maar hij is in 1863 gestorven in Kampen. Hij zou directe familie kunnen zijn van de Zutphense familie Ketjen, maar dat hebben we verder nog niet uitgezocht. Kapitein-luitenant H. Ketjen zou de brandewijnkruik vast gewaardeerd hebben tijdens zijn vrije avond in Suriname, maar dat hij hem ook heeft meegenomen is niet waarschijnlijk of in ieder geval niet te bewijzen. Dat er iemand uit Zutphen de fles die kant uit heeft gebracht is echter wel zeer aannemelijk, aangezien H.L. Ketjen een zeer lokaal merk was. En een Zutphens-Surinaamse connectie in het tweede kwart van de negentiende eeuw is natuurlijk altijd interessant.