Erfgoed van de week: Versierde initialen

Door Marjan Hartsuiker

Bij een versierd manuscript zullen de meeste mensen niet direct denken aan een kerkmeestersrekening uit de zestiende eeuw. Bekender zijn de middeleeuwse getijdenboeken, waarvan de mooiste zijn voorzien van gekleurde illustraties met bladgoud, gemaakt in opdracht van steenrijke edelen. Toch vind je soms decoraties in boeken waarin je ze niet zou verwachten. Een vrijwilliger van het archief trof onlangs bij het transcriberen van de rekening van kerkmeester Herman Berner een aantal aardige versieringen aan.  

Twee vissen met versierde staartjes in een lemniscaat op f. 1r.

Twee vissen met versierde staartjes in een lemniscaat op f. 1r.

Verluchte handschriften

De traditie van het versieren van handgeschreven boeken (ook wel ‘verluchten’ genoemd) gaat ver terug. In eerste instantie werden boeken ‘verlucht’ om de tekst te verduidelijken, opdat deze beter begrepen zou worden. Illustraties konden ook dienen als aanvulling op de tekst of als voorbeeld. Het ‘mooier maken’ van het boek was een aardige bijkomstigheid, maar was zeker niet het hoofddoel.

Het begin van de zin "Uut heir Claes Hoefslegers huijs" op f. 82r.
Op f. 97r zijn de eerste twee letters van het woord Uut heel uitbundig versierd.

Vanaf de 13e eeuw werden boeken statussymbolen, en dan met name boeken die voor leken (adel, rijke burgers) werden geproduceerd. De bekendste en meest rijkelijk gedecoreerde werken stammen uit de 14e en 15e eeuw en zijn op vrijwel iedere bladzijde voorzien van decoraties met bladgoud. De getijdenboeken van de hertog van Berry, geïllustreerd door de gebroeders Van Limburg uit Nijmegen, zijn misschien wel de bekendste werken uit deze periode.

Niet alle boeken werden echter uitbundig versierd. Boeken waarin bestuurlijke of financiële administratie werd bijgehouden, waren simpelweg gebruiksvoorwerpen. Bovendien waren boeken duur en kleurpigmenten waren nog kostbaarder, waardoor maar weinig mensen zich een geïllustreerd boek konden veroorloven.

De rekeningen van kerkmeester Herman Berner

Herman Berner kwam uit een vooraanstaande Zutphense familie. Als kerkmeester beheerde hij halverwege de 16e eeuw de financiën van de Walburgiskerk. In de kerkmeestersrekeningen werden alle inkomsten en uitgaven bijgehouden en verantwoord. In dit artikel leest u meer over wat er in zo’n rekening te vinden is.

De schrijver van de rekening over de jaren 1549-1567 heeft zijn werk op verschillende plaatsen verlucht. Op ongeveer 15 plekken heeft hij de beginletters versierd met een gezichtje, maar er zijn ook enkele ‘losse’ illustraties. Op de eerste bladzijde vinden we bijvoorbeeld een Latijnse spreuk met daaronder een tekening.

Waarom de rekening werd versierd, is niet bekend. Wel valt op dat dit exemplaar van Herman Berner er een stuk mooier en misschien wel ‘luxueuzer’ uitziet dan rekeningen van eerdere en latere kerkmeesters. Wilde Herman Berner misschien toch zijn status als rijke Zutphense burger laten doorschemeren in de administratie van de Walburgiskerk? Of vond hij het gewoon leuk om zijn financiële administratie wat op te (laten) vrolijken?

 Het boek is in gedigitaliseerde vorm te bekijken, en is ook in transcriptie beschikbaar.

Een versierde W bij de start van het Waterstraete[n] vierdell op f. 3r.

Een versierde W bij de start van het Waterstraete[n] vierdell op f. 3r.