Erfgoed van de week: Gesnater aan de Leeuweriklaan

Door Bert Fermin

Dit jaar is er hard gewerkt in de Leeuweriklaan. Er is een nieuw riool gekomen, er zijn wadi’s aangelegd en de weg wordt een stuk groener. Voor archeologie Zutphen was dit natuurlijk weer aanleiding om eens even de geschiedenis van deze in te duiken. We gaan in dit Erfgoed van de Week in op een grappig detail.

In 1910 waren er aan de Leeuweriklaan eigenlijk alleen nog velden, met namen als Biervoerderskamp, De Leeuwerik en Weide langs de Leeuwerik (voor als iemand zich mocht afvragen hoe de straat aan zijn naam komt). In 1910 werd hier een proeftuin gesticht op initiatief van de Maatschappij voor Plantkunde en de Pomologische (appelkundige) Vereniging. Deze was opgericht om lokale land- , tuin- en fruitbouwers demonstraties en cursussen te geven over de mogelijkheden van moderne tuinbouwtechnieken. Dat kon omdat de grond in bezit was van de stad, en niet van particulieren. Even voor de oorlog had deze proeftuin al aan belang ingeboet. Emiel Wüstefeld, handelsreiziger en oprichter van de Zutphense padvinderij, had in de proeftuin met zijn mooie fruitbomen vooral de focus gelegd op het houden van bijzondere kippen en andere exotische vogels. De plek werd echter zwaar beschadigd  aan het einde van de oorlog, en Wüstefelds verzameling vormde na de oorlog de basis voor het vogelpark op het bastion aan de Grote Gracht.

 Metaaldetectie bracht echter twee objecten aan het licht die vrijwel zeker nog aan de verzameling van Wüstefeld aan de Leeuweriklaan zijn te relateren: een aluminium ringetje met een diameter van 17 mm en een breedte van 6 mm en een half ringetje met dezelfde afmetingen dragen respectievelijk de inscriptie “NMF 1926 922” en “…29 2..” . Het lijkt dus te gaan om pootringen voor vogels uit 1926 en 1929. Het zijn gesloten pootringen, wat in die tijd ook al expliciet verplicht was: “gesloten pootring: individueel gemerkte, ononderbroken ring of manchet, zonder enige naad of las, waarmee op geen enkele wijze is geknoeid en waarvan het formaat zodanig is dat hij, nadat hij in de eerste levensdagen van de vogel is aangebracht, niet kan worden verwijderd wanneer de poot van de vogel zijn definitieve omvang heeft bereikt.

De diameter is veel te fors voor een duif. Uit de lijst ringdiameters van de Nederlandse Bond van Vogelliefhebbers blijkt dat dergelijke diameters waarschijnlijk voor ganzen of kalkoenen zijn gebruikt. Daarmee is de kans groot dat we hier te maken hebben met vogelringen van Emiel Wüstefelt, die op deze locatie in de betreffende jaren immers zijn siervogelverzameling had (met, zo weten we dankzij foto’s, onder meer ganzen en kalkoenen). De ganzen  van Wüstefelt worden ook expliciet vermeld in een klaagbrief van mr. H.V. Hogerzeil nadat de verzameling naar de huidige locatie was overgebracht:

... waar nu deze voogels rondloopen en rondzwemmen, zoodat ik van het gesnater uit de eerste hand geniet; vooral de gansen maken het bont, hetgeen niemand verwondert, die zich herinnert hoe zij eens den aanval op het Capitool verrieden”.

Afbeeldingen:
- Boven: Vogelring uit 1926.
- Rechts: Emiel Wüstefeld