Erfgoed van de week: Spitten in de De Hoven
Door Arjan den Braven
Het was afgelopen zomer groot nieuws: met proefsleuvenonderzoek hadden wij resten ontdekt van de belegering van de Spaanse schans door Staatse troepen uit de periode 1585-86. Minimaal twee legerkampen/schansen hebben we teruggevonden van de Staatse troepen met onder meer bewaard gebleven stookplaatsen en afvalkuilen. Naast veel loden musketkogels (inclusief ter plekke geproduceerde halffabricaten) en ander wapentuig waaronder een ijzeren piek (een soort lans) en de loop van een musketgeweer, kwamen ook persoonlijke bezittingen aan het licht waaronder twee ivoren luizenkammen. De vondst die mij als archeoloog het meest aansprak, is echter een ijzeren spade.
Voor een leger in de zestiende eeuw waren scheppen, spades en batsen onmisbaar bij het graven van grachten, tunnels en het opwerpen van wallen. De spade die in De Hoven kan op basis van historische gegevens nauwkeurig worden gedateerd uit in de periode 1584-86. De spade heeft een vrij smal ijzeren blad met een holle onderzijde zoals dat in de zestiende eeuw gebruikelijk was. In Nijmegen zijn uit de late zestiende eeuw spaden gevonden van een vergelijkbaar model, waarbij het ijzeren blad de dubbele bekleding vormde van de verder volledig houten spade. In het geval van De Hoven lijkt het echter te gaan om een massief ijzeren blad die aan een losse houten steel was bevestigd. Het is daarmee een van de oudste spaden in Nederland met een massief ijzeren blad.
De spade is voor mij in ieder geval een historische sensatie: om een spade in handen te hebben waarmee Staatse soldaten in 1584-86 net als wij 450 jaar later in De Hoven hebben lopen spitten! In 1584 moesten de Staatse soldaten overigens het onderspit delven, maar in 1586 slagen ze er wél in om de Spaanse schans in De Hoven in te nemen. Toch zou het tot 1591 duren tot Zutphen door prins Maurits definitief werd bevrijd van het Spaanse juk. We zullen de offers niet vergeten die toen zijn gemaakt.
