Erfgoed van de week: Getoornde stad

Door Klaas van der Wielen

Al bladerend door een dik boek met uitgaande brieven van de burgemeester van Zutphen viel mijn oog op een bijlage met de woorden ”Geographische en plaatselijke ligging en verdeeling”. Het bleek te gaan om een kopie van een document, dat de burgemeester op 30 juli 1808 had verstuurd naar de drost van het Kwartier van Zutphen. Dit als antwoord op het verzoek van de drost, als hoogste ambtenaar van het kwartier, begin die maand om een “Statistieke Beschrijving” te maken van de stad Zutphen.

Wat is de “Statistieke Beschrijving”?

In opdracht van koning Lodewijk Napoleon moest elke gemeente of ambt in het Departement Gelderland informatie aanleveren over de staat van het gebied. Dit volgens een gedrukt voorbeeld met veel vragen over de geografische situatie van stad, de handel en nijverheid, en de bestuurlijke situatie (waaronder die over onderwijs, geestelijke gestichten en godsdienst). Tenslotte werd men uitgenodigd om suggesties te noemen “ter vermeerdering van den voorspoed en het voortduurend welvaren”.

Hoe komt Zutphen daarin naar voren?

Zutphen had toen 7.289 inwoners. De geografische beschrijving lijkt op een toeristische folder uit die tijd, waarin de pracht en praal van speciale gebouwen (vooral de Walburgiskerk) is opgehemeld. Niet zo uitgebreid en persoonlijk als Van Lennep vijftien jaar later zou doen over Zutphen in zijn reisverslag door Nederland, maar toch…
De rest van het document is duidelijk door iemand anders geschreven. De nijverheid en handel waren toen vooral afhankelijk van de watermolens in de Berkel. Als suggestie werd hierover genoemd de verbetering van de bevaarbaarheid van de Berkel, en de aanleg van een verbinding tussen de Berkel en de IJssel. De manier waarop het bestuur en de rechtspraak was opgezet, is beschreven als een zakelijke inventarisatie. Net als het gedeelte over de aanwezige gestichten, scholen en weeshuizen. Het document is afgesloten met een uitgebreide tekst over de verschillende godsdiensten, kerken en aantallen lidmaten. Kortom: een interessant document over een tijd, voorafgaand aan de bekende reisbeschrijvingen en Volkstellingen die na 1820 zijn verschenen.

“Getoornde stad”

In het eerste deel van de Statistieke Beschrijving valt één verwijzing op over de geschiedenis van de stad: “Op de breede ringmuur der stad vind men nog onderscheidene overblijfzelen van schiet torens, welke aldaar in zulken menigte gevonden wierden, dat hierom de stad, de getoornde stadt wierd genaamd.”
Is dit misschien de oorsprong is van de huidige bijnaam van Zutphen: de torenstad? Zo ja, dan zou het bijbehorende gemeentelijke logo er eigenlijk anders uit moeten zien, bijvoorbeeld een stadsmuur met halfronde torens… Maar aan de andere kant: de linker toren in het huidige logo is de Bourgonjetoren, een van die vele torens in de middeleeuwse stadsmuur.

 

Op de afbeeldingen:

  • Boven: Aquarel van W. van der Worp uit 1851 van Gezicht op de stad Zutphen naar een muurschildering, die waarschijnlijk door Faess is vervaardigd in 1542. Bron: Stedelijk Museum Zutphen, Topografisch-Historische Atlas, P 00187.
  • Rechts: Deel van de eerste pagina van de gedrukte lijst met onderwerpen die in de Statistieke Beschrijving aan de orde moeten komen. Bron: Gelder Archief, Gewestelijke besturen in de Bataafs-Franse tijd (1795-1813), inventaris 22.212.1/7364. Deze lijst hoort bij de Statistieke Beschrijving van het Neder-Kwartier van Zutphen (bestaande uit de plaatsen Almen, Gorssel, Vorden en Warnsveld).
  • Links: Fragment uit de Statistieke beschrijving van Zutphen. Bron: Oud Archief Zutphen, 0001, inv.nr. 102.