Erfgoed van de week: Depotgebouw Rosmolensteeg 7-9
Door Christiaan de Jong
Een kleine gedachtenoefening vooraf: stelt u zich eens voor dat de Monumentenwet niet ingevoerd zou zijn, dat er geen monumenten en beschermde gezichten zouden zijn, en dat er zodoende voor een middeleeuwse koopmanswoning aan een van de Markten in de Zutphense binnenstad dezelfde bouw- en sloopmogelijkheden zouden gelden als voor een rijtjeswoning in Leesten. Hoe zou Zutphen er dan uitzien? Zouden de historische kozijnen van de koopmanswoning dan allemaal vervangen zijn door kunststof exemplaren met tripple-glas? En zou het dak belegd zijn met onderhoudsvrije golfplaten, in plaats van de tochtige dakpannen? Of zou de historische binnenstad er niet zo anders uitzien dan nu?
Vergelijkbare vragen speelden ook al in de negentiende eeuw, een tijd waarin er veel nieuwe materialen machinaal ontwikkeld werden en de rijkdom in Nederland toenam. Maar ook een tijd dat veel monumentale panden gesloopt werden en vervangen voor ‘moderne’ nieuwbouw. In die sfeer groeide het besef dat een monument maar één keer kan worden gesloopt.
(tekst gaat verder onder de slideshow)
De eerste Nederlandse monumentenzorger
Een fanatiek pleitbezorger voor behoud van het erfgoed was jhr. Victor de Stuers, die in 1873 het artikel ‘Holland op zijn smalst’ publiceerde. Hierin uitte hij felle kritiek op de verwaarlozing en de uitverkoop van het nationaal erfgoed in Nederland. De Stuers vond dat de overheid een belangrijke taak had in de zorg voor het erfgoed.
De Stuers is ook voor het behoud van monumenten in Zutphen van groot belang geweest. Zo initieerde hij in 1888 de restauratie van de Berkelpoort en bemoeide hij zich met de restauratie van de Drogenapstoren. Kortom, zonder de Stuers, die algemeen beschouwd wordt als grondlegger van de moderne monumentenzorg in Nederland, zou de Zutphense binnenstad er heel anders uitzien.
Inventarisatie, beschrijving en aanwijzing van monumenten
Om meer aandacht en zorg te laten ontstaan voor gebouwd erfgoed, werd in 1903 de Rijkscommissie voor de Monumentbeschrijvingen opgericht. Deze commissie, die een verre voorloper is van de huidige Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, had als taak om monumenten te inventariseren en te beschrijven. Victor de Stuers en Pierre Cuypers (bekend van het Rijksmuseum en Centraal Station in Amsterdam) speelden een belangrijke rol in deze Rijkscommissie.
Wat begon met Victor de Stuers, wordt nu ook nog steeds voortgezet. Zo werden onlangs door het college van burgemeester en wethouders nieuwe gemeentelijke monumenten aangewezen. Hoewel er ook veel verschillen zijn tussen de aanpak van De Stuers, blijft het doel van het aanwijzen en beschermen van monumenten door de overheid hetzelfde: behoud van waardevolle bouwwerken voor toekomstige generaties.
Het depotgebouw aan de Rosmolensteeg
Een van de nieuw aangewezen gemeentelijke monumenten is het depotgebouw aan de Rosmolensteeg 7, dat dateert uit 1953-‘54. Dit pand is van waarde omdat de verschijningsvorm en de architectuur, sinds de bouw, zo goed als gaaf behouden zijn. Daardoor zijn ook veel bijzondere details en onderdelen nog steeds te zien. Let u bij het voorbijlopen bijvoorbeeld eens op het fraaie hekwerk voor de vensters, dat de indruk wekt van een Frans balkon, of op het tufstenen kader rondom de stalen kozijnen, dat op de tweede verdieping verbijzonderd is door een timpaanvormige bovenzijde, en het hol schotelvormige sierelement boven de ramen, ter afsluiting van elk venster. En als u toch omhoog kijkt, let dan ook op de overgang van de gemetselde gevel en het met leien gedekte dak, dat geaccentueerd wordt door een dubbele rij, verspringend gemetselde muizentanden.
Mocht u ooit de gelegenheid hebben ook binnen te kunnen kijken, vergeet dan zeker niet speciaal te kijken naar de historische archieflift voor het transport van archiefstukken. Deze is vrijwel in zijn geheel en gaaf bewaard gebleven.
Nu het depotgebouw is aangewezen als gemeentelijk monument, zal de gemeente zich in het vervolg, in navolging van Victor de Stuers, ook nadrukkelijk bemoeien met wijzigingen aan het pand. Hierdoor is het met veel zekerheid te stellen dat de stalen kozijnen voorlopig niet vervangen zullen worden door kunststof exemplaren, en de stalen hekwerken niet zomaar verwijderd worden. Kortom, de kans is groot dat het depotgebouw ook over een aantal generaties nog goed herkenbaar is als het pand dat wij nu kennen!
Voor monumentenzorgers is een stad als Zutphen, zonder Monumentenwet en monumenten, ondenkbaar… maar oordeelt u vooral zelf!
(Foto’s: Gemeente Zutphen, Jeroen Krijnen, 2025)
