Erfgoed van de week: Een oude meander onderzocht

Door Jos van Dalfsen

In de afgelopen weken heeft Team Archeologie een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd in een grasland aan de noordkant van de wijk Noordveen tussen het spoor en de Polbeek. Vanaf de Den Elterweg waren de bulten grond duidelijk zichtbaar.

Wat voorafgaand aan het onderzoek ons was opgevallen was een donkergroene slinger door het landschap die op luchtfoto’s duidelijk te zien is, kijk zelf maar eens op Google Maps. Ook op de dronefoto’s was deze slinger goed zichtbaar (zie foto 1) en zelfs aan het maaiveld was duidelijk te zien dat het gras terplekke groener en langer was (zie foto 2). Wat is hier gebeurd? Het onderzoek vindt plaats direct naast de beek die we tegenwoordig de Polbeek noemen, maar die eigenlijk de Holsterbeek heet. Gezien de slinger en de organische vorm hiervan lijkt het te gaan om een natuurlijk fenomeen, niet een door mensen aangelegde sleuf voor bijvoorbeeld kabels en leidingen in de ondergrond. En gezien de ligging direct naast de beek lijkt het logisch om aan te nemen dat het gaat om een oude meander van diezelfde beek.

Oud kaartmateriaal heeft hier geen hulp geboden. Op de oudste nauwkeurige kaarten uit de achttiende eeuw ligt de beek al op zijn huidige plek. De meander moet dus eerder zijn 'verland', maar hoeveel eerder? En hoe kan het dat deze meander dan nog steeds zo duidelijk zichtbaar is?

Om dit te onderzoeken hebben wij een proefsleuf over de meander gegraven, precies in de verste bocht (zie foto 3). In de proefsleuf was de oude meander al als een grijsbruine verkleuring zichtbaar. We hebben vervolgens met de graafmachine een doorsnede door de beek gegraven (zie foto 4) om in het profiel te kunnen zien hoe breed en diep de beek precies is geweest en welke lagen in de beek zijn afgezet. Deze klus bleek behoorlijk groter en complexer dan verwacht. De beek is maar liefst 13 meter breed en 3,75 meter diep geweest! Je gaat je bijna afvragen of het niet stiekem een riviertje is geweest.

Het onderzoek is net afgerond, dus de gegevens moeten nog goed onderzocht en uitgewerkt worden. Gezien de aardewerkresten in de beek lijkt het er op dat deze meander los is komen te liggen van de hoofdstroom in de veertiende eeuw, dus al zo’n 700 jaar geleden, maar mogelijk ook al eerder. De meander is sindsdien open blijven liggen en omdat er geen water meer door stroomde zijn er allerlei planten in gaan groeien. De plantenresten hebben vervolgens een dik pakket veen gevormd, van maar liefst twee meter dik. Hierop is een dik pakket klei afgezet. Dit is opmerkelijk, want de beken uit het achterland en de rivier de Berkel transporteren geen klei. De klei zal dan ook (zeer waarschijnlijk) afkomstig zijn van de IJssel. Het dikke kleipakket is de belangrijkste reden dat het gras op de oude meander zo goed groeit. De klei voorkomt namelijk dat het regenwater in de bodem kan wegtrekken en bemesting zal ook op de klei blijven liggen, waardoor het gras sneller groeit en groener is dan het gras in de omgeving.

Om de geschiedenis van de beek goed te kunnen onderzoeken hebben we de verschillende grondlagen met pollenbakken bemonsterd, maar die techniek en de resultaten daarvan zijn een onderwerp voor een volgende keer. Verder gaan we het aardewerk goed onderzoeken en natuurlijk de precieze opbouw van de verschillende lagen.

De oudste fase van de beek was de fase waarin door de beek veel water stroomde. Dit water stroomt soms hard en soms langzaam. Snelstromend water vervoert veel zand, langzaam stromend water maakt het mogelijk dat er planten gaan groeien en je dus bodemvorming krijgt. Deze afwisseling heeft een werkelijk prachtig patroon in de bodem gevormd van zandige en humeuze lagen, die als een soort natuurlijke spekkoek heel mooi te zien is (zie afbeelding 6).