Erfgoed van de week: Vanuit de juiste hoek

Laarstraat 131/131a-133 en Berkelsingel 124/124a

Door Lois van Es

 

In de reeks recent aangewezen gemeentelijke monumenten lichten we deze week het hoekpand aan de Laarstraat en de Berkelsingel uit. Het pand is gebouwd in de periode na de Tweede Wereldoorlog (in 1952) naar ontwerp van architect H. Jongman. Het pand is opgezet als woongebouw in combinatie met een café op de begane grond. Ook vandaag de dag worden de verdiepingen gebruikt als woningen en heeft het café plaatsgemaakt voor een kantoor.

Een vluchtige voorbijganger zal deze hoek niet in het bijzonder opvallen, maar wanneer de tijd wordt genomen het pand eens goed op te nemen wordt meteen duidelijk dat de architect destijds haarfijn invulling wist te geven aan de ontwerpopgave. Dit zien we terug zowel op stedenbouwkundige schaal als in de architectuur.

Als gevolg van forse oorlogsschade in de directe omgeving van de brug die de Laarstraat verbindt met de Warnsveldseweg, is in de jaren 50 getracht de hoek op een speelse doch ingetogen manier te herontwerpen. De zichtlijn vanuit de binnenstad naar buiten wordt aan het eind van de Laarstraat op overtuigende wijze afgesloten. Omgekeerd wordt met het gebouw, komend vanuit Warnsveld, de entree tot de oude binnenstad duidelijk gemarkeerd. In tegenstelling tot de meeste historische hoekoplossingen is er op deze plek gekozen om de L-vormige plattegrond om te draaien waardoor er een ‘open’ hoek ontstaat en het gebouw zich op een natuurlijke manier ontvouwt naar de directe omgeving.

Het is geen open hoek zoals men die in de huidige tijd zou ontwerpen, er is ook rekening gehouden met de bestaande rooilijnen en begrenzingen door een laag ommuurd terras aan de voorzijde te creëren. Zo ontstaat een goed definieerbare voorruimte en zachte overgang van gebouw naar trottoir.

Opmerkelijk aan het ontwerp is de korte vleugel die haaks op de Laarstraat staat. Die verspringt een aantal meter ten opzichte van de rooilijn. Deze sprong in de plattegrond is terug te voeren op de situatie vóór de Tweede Wereldoorlog. Toen was de Laarstraat op de straathoek aan de noordzijde versmald om de straatwand te laten aansluiten op de middeleeuwse stadspoort. Dit bouwdeel omvat een open galerij waar het trottoir onderdoor loopt. Net als bij het terras zorgt de architect op deze manier voor een vanzelfsprekende samensmelting van gebouw en omgeving.

Van een afstand lijken de gevels afgewerkt zonder veel versieringen. Maar van dichtbij wordt het samenspel van beton en metselwerk pas goed zichtbaar. Beton en baksteen zijn zorgvuldig gecombineerd en op verschillende manieren toegepast. Zo zijn de gevels van het uitspringende deel op de begane grond diagonaal gemetseld met een klamp van bakstenen. Op de verdieping is een bewerkte betonnen pui over twee bouwlagen aangebracht. Ook zijn de lage bovenlichten van de grote pui op de begane grond uitgevoerd met diagonale roedes.

Deze manieren van geveldecoratie zijn typerend voor de wederopbouwperiode; de hoofdmaterialen beton en baksteen worden op een pure wijze op verschillende manieren bewerkt en toegepast.

Het is een prestatie op zich een hoekvolume te creëren dat zo goed past in het stedelijk weefsel dat deze als vanzelfsprekend kan worden beschouwd.