Erfgoed van de week: Erf(goed) op het Hoge West

Door Bert Fermin

De rioolvervanging in het Staatsliedenkwartier bij De Vijver was een project met een lange adem. De wijk is gefaseerd gebouwd vanaf 1952. Bij de aanleg of vervanging van een riool wordt er flink gegraven en dat is voor archeologen natuurlijk een uitgelezen kans om mee te kijken. Dus ook hier.

Bijna de hele wijk ligt op een egalisatielaag die is opgespoten met zand uit het gebied ten oosten van de wijk: het gebied dat nu De Vijver is. Deze egalisatie was nodig omdat de ondergrond in het plangebied alles behalve vlak was. In de prehistorie was het Hoge West een soort zandeiland tussen twee beken: aan de noordkant was een naamloze beek die door een laagte stroomde die de naam Zwanenvlot had. En ten zuiden van het Hoge West stroomt nu nog steeds de Schouwlaak. Het Staatsliedenkwartier ligt op de noordflank van het Hoge West, dat een hoog rivierduin is dat aan het einde van de laatste ijstijd is gevormd. Aan de zuidkant van de wijk, de Thorbeckesingel, zien we dat er niet is opgehoogd omdat dit het hoge deel van het rivierduin was. Maar aan de noord- en oostkant is er wel flink opgehoogd omdat dit oude beekdalen zijn.

Aan de Thorbeckesingel werden op het hoogste punt, ter hoogte van de joodse begraafplaats, archeologische resten aangetroffen. Niet vreemd, want mensen waren vroeger nog zo slim om alleen op hogere plekken te bouwen. De gevonden resten zijn afvalkuilen die uit het einde van de twaalfde eeuw lijken te dateren. Een dergelijke concentratie sporen en vondsten duidt op een erf, temeer daar er bij een begeleiding op het Meijer Groenpad in 2012 ook al sporen uit de twaalfde eeuw waren gevonden.

Ook verder op het Hoge West, het voormalige Vitensterrein, werden sporen uit de elfde en twaalfde eeuw gevonden, namelijk perceelsgreppels.

Het vondstmateriaal van de Thorbeckesingel bestaat uit aardwerkscherven, natuursteen (zoals stukken van een handmolen), ijzerslakken en bot (varken). Het aardewerk bestaat voor meer dan 90 procent uit kogelpotaardewerk en de rest is Pingsdorfaardewerk. Kogelpotten zijn ronde, handgevormde kookpotten die lokaal werden gemaakt, Pingsdorfaaardewerk is gedraaid en werd geïmporteerd uit het Rijnland. Van het totaalgewicht aan aardewerk bestaat 78 procent uit scherven van één grote kogelpot. Het idee is dat dergelijke grote potten gebruikt werden bij de productie van bier.

Kennen we dit erf uit historische bronnen? Mogelijk. In een goederenlijst van graaf Hendrik van Dale uit 1188 wordt ene Rotgerus genaamd Wes(se) genoemd. Hendrik was heer van Diepenheim en hij had onder meer bezittingen in het kerspel Warnsveld, waar het Hoge West op dat moment deel van uit maakte. Deze Rotger moest jaarlijks ‘zeven schepel tarwe, zestien schepel rogge en twaalf penningen’ aan graaf Hendrik betalen. En het is dus goed mogelijk dat Rotger een boerderij had op de plek waar nu de Thorbeckesingel de joodse begraafplaats passeert.

Op de afbeeldingen:
Boven: Scherven van een grote kogelpot voor het maken van bier. Het getekende randprofiel is van een vergelijkbare pot uit Warnsveld-Abersonplein
Onder: Hoogtekaart van Zutphen met daarop de beekdalen (blauw), Staatsliedenkwartier (zwarte lijn) en de locatie van het middeleeuwse erf (gele ster) geprojecteerd