Erfgoed van de week: Pommel en stilus

Door Bert Fermin

In augustus dit jaar heeft Team Archeologie van de gemeente Zutphen een opgraving gedaan voor een project “boomaanplant Polbeek”. De locatie is de driehoekige akker tussen het Klaphek (Wolfeler), de beek, de Deventerweg en het spoor net ten zuiden van het Twentekanaal. Het is een beetje een vreemd terrein, met een venige laag vol houtskool die uit de ijzertijd stamt. Althans, we hebben een grote kuil gevonden met ijzertijdmateriaal (aardewerk, weefgewichten, steen en bot). Maar wat er ook veel werd aangetroffen is aardewerk uit de veertiende en vijftiende eeuw.

Waarschijnlijk is dit materiaal afkomstig van de mestvaalt bij “De Laatste Stuiver” in Eefde, aan de andere kant van het Twentekanaal, want dit perceel hoorde bij deze uitspanning. Herberg De Laatste Stuiver bestaat immers al zeker sinds 1378, al is het in het begin alleen nog een boerderij met de naam De Hulst / Holst / Hoist, die waarschijnlijk genoemd is naar een kenmerkende hulstboom. Deze naam vinden we nog terug in de naam Holsterbeek en Holsterbrug (die niet meer bestaat). De beek binnen het plangebed heet dan ook Holsterbeek en niet Polbeek (die naam krijgt de beek pas nadat de Eefdesebeek erin stroomt).

Behalve veel aardewerk werden er ook twee niet alledaagse metalen objecten uit de veertiende en vijftiende eeuw gevonden. De eerste is een stilus. Dit is een schrijfstift van messing die gebruikt werd in een notitieboekje dat bestond uit een samengebonden houten kaft met aan de binnenzijde een laagje bijenwas. Daar konden met de stilus aantekeningen in worden gekrast, die daarna officieel konden worden vastgelegd met inkt. Het bijzondere aan het nu gevonden exemplaar is dat het een soort lepeltje heeft aan het uiteinde dat als gum diende. Meestal zijn deze uiteinden gewoon plat, maar bij dit exemplaar wordt het schraapsel opgevangen in het lepeltje. Het duidt erop dat hier in de veertiende-vijftiende eeuw administratie werd bijgehouden.

De tweede vondst is nog bijzonderder: een zwaardpommel. Een pommel is een contragewicht aan het uiteinde van het gevest van een zwaard. Daarmee is het zwaard beter in balans (de lange kling zou anders te zwaar zijn in verhouding tot de veel kortere greep. Bovendien zorgt het dat het zwaard niet uit de hand glijdt. De betreffende pommel is min of meer rond. Dat is ook waar het woord vandaan komt: “pomme” in de betekenis van appel. Afgezien van het feit dat het raar is dat je pommel van je zwaard valt zonder dat je dat door zou hebben, blijft de locatie waar hij gevonden is nogal vreemd. Je verwacht zoiets bij een kasteel of de locatie van een veldslag (die hier bij ons weten nooit heeft plaatsgevonden). Nu is het zo dat er genoeg hoeves waren waar de betreffende boer een zwaard droeg, om zijn heer in geval van nood te kunnen verdedigen of te helpen bij een door hém geïnitieerd gevecht. Dit was een vastgelegde taak die zeer serieus werd genomen. Ook een paard hoorde daarbij. Een ridder was immers een ruiter (vandaar het woord), maar ook een “knecht” van zijn heer (vandaar het woord “knight”). Van de Brake in Warnsveld is bekend dat het een riddergoed was, maar ook de voorloper van Huis den Dam (1190) zal bewoond zijn geweest door een dergelijke “ridder”. Den Dam ligt eveneens aan de Holsterbeek (het dankt zijn naam aan de dam die deze beek afsloot om er een watermolen te kunnen laten draaien).