ARMED: De scheppende kracht van geruchten en vergankelijkheid
Het Cultuur- en Erfgoedpact waarin vijf gemeenten de wens hebben uitgesproken om jongeren in contact te brengen met kunst en erfgoed, is in Zutphen opgepakt onder de naam ARMED. In de Kruittoren onderzoeken jongeren tussen de 18 en 28 jaar het erfgoedthema van 2025, 80 jaar vrijheid, in al haar facetten. Maandelijks vertellen ze over hun activiteiten en onderzoek.
In dit interview bespreken Jesse Brinkerhof (1994), kunstenaar en begeleider bij ARMED, en het Ruurlose makerspaar, kunstenaar Charlotte Kwee (1996) en schrijver Nick Peters (1996), de scheppende kracht van geruchten en vergankelijkheid, en de band tussen Ruurlo en Zutphen.
J: “Wat doet een Ruurloos stel eigenlijk bij een kunstproject over de geschiedenis van Zutphen?”
C: “Zutphen is voor ons de prettigste nabijgelegen stad. We zijn hier dan ook vaak te vinden, bijvoorbeeld bij de illustere besloten filmclub in de bibliotheek. Toen je daar uitlegde wat ARMED inhoudt, waren we vrijwel direct geïnteresseerd door onze voorliefde voor kunst en historie. ARMED geeft ons daarmee de mogelijkheid om onze regionale geschiedenis te verkennen én stimuleert ons om te groeien in het maken en gebruiken van kunst, als zowel een ambacht als een krachtig middel voor onderzoek. Wij zien het als verrijking om met verschillende kunstenaars en creatieve geesten samen te werken."
N: “We leven in nauwe verbintenis met de wereld om ons heen, die we betekenis geven door de historiciteit ervan te er- en herkennen. Door geschiedschrijving over Graafschap Zutphen en Hamaland en de eeuwenoude kerken, boerderijen, huizen en kastelen, voelt deze hele regio intiem met elkaar verbonden. We zien het dus meer als regio dan als losse plaatsen. Misschien ook wel omdat we beide niet uit Ruurlo komen, Lotte uit Eibergen en ik uit Lichtenvoorde – wederom binnen dezelfde regio. En elk dorp is altijd op een stad gericht: Ruurlo op Zutphen, Lichtenvoorde op Doetinchem of Winterswijk, Eibergen op Enschede. Het is een soort omhelzing.”
J: “Jouw antwoord, Nick, laat ook mooi de instabiliteit zien van kaders die we als gemeengoed zien, zoals ‘de geschiedenis van Zutphen’. Invloeden en historische verbanden houden zich natuurlijk niet aan lands- en stadsgrenzen of de lenzen die wij hanteren binnen onderzoek. Uiteindelijk is alles met elkaar in verbinding en blijft het slaan van perkjes ten behoeve van onderzoek en een verhaal, hoe elegant ook, altijd wat gekunsteld.
Over onderzoek gesproken. Waar zijn jullie nu zoal mee bezig?”
C: “We werken momenteel aan vier projecten. Twee waarin ik de leiding neem en twee waarin Nick dat doet. Ik zeg ‘we’ omdat we elkaar veel ondersteunen, elkaar op ideeën brengen en juist weer van die ideeën af helpen wanneer dat nodig is, haha.
Mijn werk bij ARMED is een onderzoek naar het documenteren en conserveren van herinneringen, met als inspiratiebron de documentatiedrang van mijn oma in fotoalbums en oude schriften, met veel fictieve verhalen uit de familie. Ik vertaal dit door beelden op papier te ‘branden’, door het papier te laten verkleuren in de zon en met schaduwen te werken. Als ik een bedrukt transparant vel op het papier leg en dat in de zon laat bakken, behoudt het papier haar originele tint waar de print het zonlicht blokkeerde. Hiermee doe ik een poging om het destructieve en scheppende vermogen van tijd en de wonderlijke werking van herinnering zichtbaar te maken. Daarnaast, of misschien ook in het verlengde daarvan, doe ik onderzoek naar de kap van de Wilhelminaboom op het ‘s Gravenhof in december 1940. De gekapte boom staat in mijn denken symbool voor hoe wij als mensen tijd kunnen verwoesten en pogen dit te herstellen met het planten van een nieuwe boom.”
N: “Ik schrijf een verhaal of boekje dat aan de hand van een fictieve Zutphense ontstaansmythe het idee verkent van geschiedenis als gerucht. Dat idee heb ik gekregen tijdens het lezen van Carry van Bruggens Heleen: een vroege winter, waarin ze schrijft: ‘Dan hief ze het hoofd op, als iemand, die uit de verte een gerucht hoort en plotseling een oude wijs herkent.’ Een gerucht impliceert de afwezigheid van objectiviteit en een proces van mythologisering. Ontstaansmythen van landen of plaatsen zijn niet zelden geënt op heldhaftige verhalen over slagvelden of goddelijke interventies. Die werking zit ook in mijn verhaal, maar de mythe ontstaat ondanks het slagveld en heeft weinig heldhaftigs.”
