Grote belangstelling voor herdenking van verzetsman Jan Willem Vlastuin
Tekst Jesse Brinkerhof (ARMED) / Foto's Quinn Oosterbaan (ARMED)

Op zondagmiddag 4 mei 2025 trok een stoet van bijna negentig mensen door het hart van Zutphen. Ze droegen bloemen, borden en banners. Voorop prijkte een processievaandel met een karaktervolle herenkop, direct daarachter een laverende banner: “Wij herdenken de gevaarlijkste man van Zutphen”. Wat bracht deze mensen ertoe om die markante man te herdenken?
De naam is Jan Willem Vlastuin – kleermaker, vader van zeven kinderen, en tijdens de Tweede Wereldoorlog misschien wel de belangrijkste communist van Zutphen. Dat laatste maakte hem volgens NSB-burgemeester Tesebeld tot de gevaarlijkste man van Zutphen. Op 9 september 1944 werd Vlastuin op bevel van Tesebeld geëxecuteerd in de Bernhardsteeg. Zijn laatste woorden: “Niet schieten, niet schieten!”
Meer dan 80 jaar later herdacht Zutphen Vlastuin op passende wijze. De herdenkingstocht, georganiseerd door het Zutphense kunst- en erfgoedproject ARMED en de kameraden van de Communistische jongerenbeweging, liep van het fusillademonument aan de IJssel, waar nog eens twee communisten werden geëxecuteerd, naar het voormalige NSB-kringhuis aan Zaadmarkt 97, door naar Ravenstraatje 1, destijds het woonhuis van Vlastuin en zijn gezin, om te eindigen bij de plaats van zijn executie, in de Bernhardsteeg. De opvallende tocht, die gemarkeerd werd door sprekers kameraad Hidde Talsma, auteur Menno Tamminga, en kleinzoon Rob Vlastuin, was geen klassiek ritueel van stilte en kranslegging, maar een voortzetting van de strijd – een strijd om erkenning en tegen fascisme.
Stilte heeft vaak een centrale plaats in herdenkingen. Bij Vlastuin heeft stilte een andere bijklank. Vlastuin werd immers het zwijgen opgelegd. Hij behoorde tot een groep van ideologische gemotiveerde systeemcritici die zowel tijdens als na de oorlog in verschillende mate onderdrukking kende. Over hun rol in het verzet was men na de bevrijding ook liever stil. Bovendien, wat zou het inhouden om Vlastuin te herdenken, met het gangbare ‘nooit meer’ en onze twee minuten stilte, zoals ARMED-lid Norya Figueiredo voorafgaand een de tocht zinspeelde, als we ook stil blijven tijdens een huidige genocide en de groei van fascisme?
Stil bleef ook de zoon van Vlastuin, Johan, die door het communistische stempel dat aan zijn achternaam was verbonden nergens aan de bak kwam. Het was Johan die de deur opendeed toen de door Tesebeld opgehitste NSB’ers aanklopten. Terwijl hij onder schot werd gehouden, briesten de bezopen mannen naar hem dat hij moest zeggen waar zijn vader was én dat hij hem nooit meer zou zien. Kleinzoon Rob, de zoon van Johan, vertelde geëmotioneerd over het zwijgen van zijn vader – het trauma was te groot. Pas na de dood van zijn vader leerde Rob over die gitzwarte avond in 1944.
Rob sloot af met de volgende woorden: “Sinds 1945 zeggen we elk jaar tegen elkaar: dit nooit meer! Maar kijk naar Oekraïne en Gaza. Er vallen tienduizenden onschuldige slachtoffers. Mensenrechten worden geschonden. 80 jaar na de bevrijding dreigt een nieuwe wereldorde. Autocraten nemen het niet zo nauw nemen met de rechtsstaat en het rechtssysteem. Wetenschap, onderwijs en media liggen onder vuur en de rechten van lhbti+-ers staan onder druk. Xenofobie, joden- en moslimhaat en misogynie nemen weer toe. Mensen die zich hier tegen uitspreken, worden al dan niet met succes de mond gesnoerd. Maar wij zullen, net als Jan Willem Vlastuin, niet zwijgen. Zwijgen is geen optie.”
