De kerkmeestersrekening uit 1537-1540 met een opmerkelijk verslag

Door Etienne van den Hombergh

Voor mensen die leven in de eenentwintigste eeuw is nauwelijks voor te stellen hoe belangrijk de kerk voor de mensen in de zestiende eeuw was. De kerk was het centrum van het religieuze, maatschappelijke en culturele leven. In de jaren 1537-1540 was de christelijke kerk in Zutphen nog onverdeeld. Ze werd bestuurd door katholieke kerkmeesters, voorname heren uit de elite van Zutphen. Kerkmeester Alphart van Tyll (of Van Till) was in die tijd belast met het opstellen van de rekening. Deze maand leverde een vrijwilliger van het Regionaal Archief Zutphen een transcriptie van zijn rekening op met daarin een opmerkelijk verslag.

Met zijn rekening moest Van Tyll de inkomsten en uitgaven van de kerk verantwoorden. Dat deed hij in een traditie die zeker al in 1370 begon. Die oudste rekening is nog zeer beperkt, maar bij Van Tyll is de rekening al behoorlijk dik. Begonnen wordt met de ontvangsten, bijvoorbeeld uit de verhuur van huizen en pacht van boerderijen die in eigendom waren van de kerk. Na de inkomsten beschrijft Van Tyll de uitgaven. Die betreffen de kosten om lonen te betalen en het onderhoud aan de kerkgebouwen te financieren.

Waar tegenwoordig een strak Excelsheet als basis voor een rekening dient, schreef Van Tyll zijn cijfers op in losse schriften. Hij had letterlijk én figuurlijk de ruimte om buiten de lijntjes te schrijven. Zo vond hij het nodig om naast de droge cijfers een heel verslag te maken van de dood en begrafenis van Karel van Gelre en zijn opvolging.

Karel van Gelre en Willem van Kleef

Karel van Gelre (of Karel van Egmond) was de zeer ambitieuze hertog van Gelre die zich verzette tegen de opdringerige Bourgondiërs en Habsburgers die Gelre aan hun imperium wilden toevoegen. Zijn relatie met Zutphen was zeker niet gemakkelijk en in 1532 had hij zelfs een bolwerk (soort fort of dwangburcht) in de nabijheid van de Drogenapstoren laten bouwen om de stedelingen in het gareel te houden. Karel stierf in juni 1538 in Arnhem, zittend op zijn stoel, of in de woorden van Van Tyll: “…is gestorven … her Karll hartoich van Gelre, van Gulich, ende greve van Zutphen … sinen gist gegieven op ein stoll”. Hij weet nog veel meer te vertellen over de sterfte van Karel en zijn begrafenis in Arnhem. Hoe Van Tyll aan zijn feiten komt, maakt hij niet bekend.

Na deze mededeling doet Van Tyll een stap terug in de tijd en bespiegelt hij de laatste jaren van Karel als hertog van Gelre. De Gelderse steden verzetten zich dan steeds vaker tegen zijn toenadering tot Frankrijk en zijn oorlogspolitiek die enorm zwaar op de financiële lasten drukt. Nijmegenaren bezetten in 1537 het Valkhof en in Zutphen kunnen de burgers na stevige gevechten de Nieuwstadspoort en Marspoort innemen “…daer des heren vollick allet op was…”. Karel trekt zich terug in Arnhem.

Omdat de rekening van Van Tyll doorloopt tot in het jaar 1540 kan hij ook de fase beschrijven waarin er wordt gezocht naar een opvolger voor Karel. Dat wordt al snel de “jongen ffursten hartocih” Willem van Kleef. Die doet eerst zijn intrede in Nijmegen, dan in Roermond en op een zondagavond in februari 1539 trekt hij zonder harnas aan - hij is immers hun beschermer - en met 500 paarden de stad Zutphen binnen. De volgende dag wordt Willem door de Zutphenaren ingehuldigd. Van Tyll hoopt op een mooie toekomst: “Got gieve dat wij nuu metten andren [Willem van Kleef] rustelick ende vredelick mugen leven”. In 1543 moet Gelre alsnog zijn zelfstandigheid opgeven en gaat het op in het Habsburgse rijk.

Zelf lezen en zoeken

De rekening van kerkmeester Van Tyll is getranscribeerd door Hetty Krol uit Deventer. De transcriptie nodigt uit om vooral zelf te lezen en te zoeken. Er kan op elk woord worden gezocht. Dat kan best nog lastig zijn want de schrijfwijze anno 1537 wijkt behoorlijk af van de huidige. Beter is om wat te grasduinen. Voor je het weet stuit je op de meest wonderlijke feitjes.

De handgeschreven rekening is als scan opgenomen in de inventaris van het archief van de kerkmeester (0062 Kerkvoogdij van de Hervormde Gemeente te Zutphen). In deze inventaris staan ook de rekeningen van voorgaande en latere jaren.

Afbeelding: Portret van Karel van Gelre in Historiae Gelricae (libri XIV) uit 1639 door Johannes Isacus Pontanus. De prent is gemaakt door Paul de Zetter. Dit boek over de Gelderse geschiedenis is opgenomen in de Magistraatsbibliotheek van Zutphen (MB 30). Het portret staat op blz. 594.