Erfgoedvrijwilliger Michèle Meenderink: "Mijn wereld is groter geworden"
Door Lisette Eindhoven

Bij Erfgoedcentrum Zutphen wordt er door vele mensen aan verschillende projecten gewerkt. Vaste en vrijwillige medewerkers vertellen er graag over. Deze keer vragen we het aan Michèle Meenderink, vrijwilliger bij Team Collectiebeheer van de Musea Zutphen: “Waar werk jij nu aan?”
“Sinds ongeveer een jaar ben ik nu in twee museumdepots bezig met verschillende werkzaamheden. Het Stedelijk Museum Zutphen kreeg in 1975 een groot deel van de nalatenschap van Jo Spier en een deel daarvan is nog niet geregistreerd. Daar ben ik nu mee bezig. En in het depot van Museum Henriëtte Polak doe ik de standplaatscontrole.”
Standplaatscontrole
“Bij de standplaatscontrole check ik samen met een collega of alle kunstwerken zich bevinden waar ze volgens de databank in de computer zijn. Elk kunstwerk heeft een uniek nummer, er is een foto van gemaakt, en ook de exacte locatie zoals bijvoorbeeld in depot 3, kast 17, la 8, doos 2, of in het museum in de Salon of de Etalage. De een opent een doos, zoekt per werk het nummer op, en de ander checkt dit met de lijst die in de laptop staat. Als dat klopt, dan checken we de omschrijving. De meeste kunstwerken liggen, staan of hangen gewoon op de plaats waar ze horen. Maar je hoeft maar twee cijfertjes te verwisselen en je kunt iets niet meer terugvinden. Het is tenslotte mensenwerk. Dus lopen we op bepaalde tijden alles na. Daar zijn we zo’n half tot driekwart jaar mee bezig.”
Systematisch
“Sinds kort help ik soms ook mee om tekeningen in een passe-partout te doen. Tegelijkertijd betekent dit vaak dat die betreffende tekening in een andere la moet liggen, omdat-ie veel dikker is geworden. Dan moeten we er dus goed opletten dat de nieuwe locatie ook in de computer wordt aangegeven. Voor de museummedewerkers is het fijn dat ik er nu ben om dit werk systematisch op te pakken; ze kunnen nu even aangeven wat er veranderd is en ik kan het in de computer zetten. Want iedereen weet wel hoe dat gaat als je op weg bent om iets in de computer te zetten. Voor je het weet kun je wel drie keer afgeleid zijn.”
Goed kijken
“Een ochtend in de week ben ik met de tekeningen van Jo Spier aan het werk. De conservator weet precies wat er is en heeft dat allemaal in zijn hoofd, en het is de bedoeling dat straks alle collega’s alles terug kunnen vinden. Ik schrijf ongeveer tien platen per ochtend in. Je moet goed beschrijven wat je ziet en dat komt best nauw; veel van zijn tekeningen lijken op elkaar. Ik moet dus ook goed nadenken over de juiste termen, zodat het later via zoekwoorden teruggevonden kan worden.”
Gezellig en leuk
“Het werk in het museum is leuk. Op het kantoor is het altijd gezellig druk, met fotografen, collectie-beheerders, mensen van de facilitaire dienst… En bij een tentoonstellingswisseling worden we allemaal ingezet. Ik help met afbouwen, het opruimen van alle objecten, zowel fysiek als digitaal, en ik help met het ophangen van de nieuwe objecten. Mijn wereld is groter geworden, ik herken bij de standplaatscontrole nu steeds sneller van welke kunstenaar iets is. En andere musea bekijk ik met andere ogen. Hangen de bordjes wel recht en is de belichting wel goed? Het is leuk om daar met elkaar over in gesprek te zijn.”
