Wij werken samen met... Menno Tamminga

“Meneer, het is oorlog!” het sluitstuk van het proces

In Zutphen is veel zichtbaar van het verleden, maar in archieven, onder de grond en achter muren blijft veel geschiedenis verborgen. Om ook dit erfgoed te ‘ontsluiten’ en het verhaal van Zutphen te verrijken, werkt het Erfgoedcentrum Zutphen samen met organisaties, makers en onderzoekers die ieder vanuit hun eigen expertise bijdragen. In de rubriek Wij werken samen met… stellen we maandelijks een van die partners voor. Zij laten zien wat samenwerking oplevert: nieuwe inzichten, beter toegankelijke bronnen en verhalen die anders verborgen zouden blijven. Deze maand: Menno Tamminga, schrijver en onderzoeker.

Door Margreet Keijzer

Op donderdag 12 maart vond in de studiezaal van het Erfgoedcentrum Zutphen de boekpresentatie plaats van Meneer, het is oorlog! Dit zesde deel uit de erfgoedpublicaties is geschreven door Menno Tamminga. We gaan met hem in gesprek over de totstandkoming van dit boek.

“Wat een fijne ruimte was er gecreëerd hier op het erfgoedcentrum. Het was aangekleed en sfeervol, heel fijn om de boekpresentatie te houden”, begint Tamminga. “Het gezelschap bestond uit de mensen die hadden meegewerkt aan een verhaal en/of de realisatie van het boek, zowel ooggetuigen of nazaten maar ook de mensen van het erfgoed en van Achterhoek Uitgevers.” Mevrouw Maria Sieders-Eggink (92), oudste nog levende ooggetuige uit het rampgebied van het bombardement van oktober ’44, ontving uit handen van wethouder Sjoerd Wannet het eerste exemplaar.

“In het Erfgoedcentrum werd ik geïnterviewd door René Arendsen. Bij de tweede presentatie die middag, nu bij Boek en Buro, interviewde hij mij weer en voelde het meer ontspannen”, blikt Tamminga terug.

'Ik ga de stress van een boek schrijven niet meer aan, dacht ik…'

“Hoe bijzonder was het dat ik een paar jaar geleden, na een tip, een gesprek kon hebben met Jan Heijenk. Die was als 12-jarige jongen ooggetuige van het onderduiken van Wouter van Benthem, een verzetsman uit Zutphen. Heel bijzonder om een gesprek, zo duidelijk verwoord, in de schoot geworpen te krijgen. Ik verwerkte het als document, wellicht zou ik het ter documentatie bij het erfgoedcentrum afgeven”, vertelt Tamminga. Die aanvult dat hij zeker niet van plan was om een boek te schrijven over dit onderwerp. Dat zou te veel stress opleveren. 

Om de verhalen waar Tamminga met regelmaat aan werkte meer diepte te geven en om verdere aanknopingspunten te zoeken, was hij regelmatig een uurtje of zo in het archief te vinden. “Ik vond een dagboekje dat 10 mei 1940 als startpunt had. Mooi materiaal en het paste in andere ooggetuigenverslagen. Het archief heeft een enorme collectie over de Tweede Wereldoorlog. In boeken en digitaal. Ook een bron is het krantenarchief Delpher waar ik heel veel heb kunnen achterhalen.” Tamminga is in Amsterdam opgegroeid en is enorm gegrepen door alles wat hier in de oorlog heeft plaatsgevonden. In ‘zijn stad’ beleefde men de oorlog heel anders, minder heftig in vuurgevechten.

“Ik had in 2025 ‘De Hoven in bezettingstijd’ geschreven dat aansloot bij het themajaar van het erfgoedcentrum: 80 jaar vrijheid. Ook heb ik Martine Letterie geholpen met haar jeugdboek (Wij woonden hier, red.) en was dus vaak op het archief om te overleggen en te speuren. En natuurlijk deelde ik mijn eigen vondsten en verhalen met Fiona, communicatie Erfgoedcentrum, en zij zag wél iets gebeuren. Zij stelde voor om van al mijn bijzondere verslagen - van gewone mensen met gewone verhalen in een krankzinnige tijd - een boek te maken”, blikt Tamminga terug op een jaar waarin alles samen moest komen en nog heel veel eindjes moesten worden afgerond. Toch een boek, toch een deadline! Het kon de zesde Zutphense Erfgoedpublicatie worden.

“Er waren maar negen hoofdstukken, dat vind ik niet fijn, dat moesten er tien worden en toen attendeerde Fiona mij op het kampioenschap van Be Quick in ‘44. Daar waren prachtige foto’s van op de site te vinden en veel artikelen in Delpher. Het was tijdrovend, maar simpel te vinden”, stelt hij vast.

Westerbork er ook in of aparte uitgave?

“Fiona besloot dat het stuk over de acht Zutphense Joden die nog in Westerbork zaten in dit boek mee kon. Ik had eerst nog mijn twijfels, moest het niet een aparte uitgave worden? Zo werd dit het laatste hoofdstuk met als titel ‘Canadese lente’. Christiaan te Strake heeft voor dit boek veel foto’s gevonden, maar ook heb ik tijdens gesprekken met nazaten unieke foto’s en materiaal ontvangen. Het is nog steeds een leesboek, geen fotoboek. Maar het bevat mooie en unieke foto’s.” Als Tamminga het heeft over een paar daarvan voel je de emotie die het bij hem heeft losgemaakt. Drie onbekende joodse kinderen hebben door al zijn speurwerk en gesprekken opeens een naam gekregen. “Het zijn verrassende vondsten die je doet!”

Stress en deadlines

“Ondanks mijn voornemen om geen boek meer te schrijven vanwege de stress en deadlines, kwam Meneer, het is oorlog! binnen een jaar tot stand. De verschijningsdatum werd vervroegd naar de Boekenweek in maart 2026. De samenwerking met Fiona en de vormgever verliep inspirerend en plezierig, ondanks de druk toen de deadline werd vervroegd.” Uiteindelijk kijkt Tamminga tevreden terug: “De verhalen van gewone mensen hebben een blijvende plek gekregen. Zonder dit boek waren ze slechts losse artikelen in het archief gebleven.”

Kijk hier de boekpresentatie op 12 maart 2026 terug: