Erfgoedvrijwilliger Roon Jonker: “De werksfeer is nog steeds even prettig als veertig jaar geleden”
Bij Erfgoedcentrum Zutphen wordt er door vele mensen aan verschillende projecten gewerkt. Vaste en vrijwillige medewerkers vertellen er graag over. Deze keer vragen we het aan Roon Jonker, vrijwilliger bij Regionaal Archief Zuthen: “Waar werk jij nu aan?”
Door Lisette Eindhoven
Geboorte, huwelijk en overlijden moeten al sinds lange tijd gemeld worden bij de burgerlijke stand. Roon Jonker voert oude overlijdensberichten, ook wel doodsbriefjes genoemd, in het systeem van het Regionaal Archief Zutphen (RAZ) in. “Ik ben nu bezig met briefjes uit 1899”, vertelt Roon, die twee middagen per week vrijwilligerswerk doet bij het RAZ.
Aantekeningen
“Ik krijg een hele stapel briefjes op mijn bureau, en daar ga ik mee aan de slag. Eerst sorteer ik ze op de oude nummers die door de gemeente ooit aan de briefjes zijn toegekend. Voordat ik ze scan geef ik ze een RAZ-archiefnummer. Ik doe dat per tien briefjes tegelijk, zodat de nummervolgorde goed blijft kloppen. Ik wil er niet pas na het nummeren van de hele stapel achterkomen dat er nog een aantekening op de achterkant staat. Die achterkant krijgt een eigen RAZ-nummer. Het kan zomaar zijn dat juist aantekeningen op de achterkant interessant zijn voor onderzoekers.”
Inscannen
De briefjes zijn ongeveer zo groot als een ansichtkaart, deels voorgedrukt, deels met de hand ingevuld door een arts. Roon laat een van de briefjes zien: “Deze persoon is overleden op Oude Wand 51, op 18 maart 1899, des voormiddags ten drie ure. Ten gevolge van … een ingewikkelde Latijnse term.... Ik ben slecht in talen”, zegt hij. “Voordeel is dat ik niet word afgeleid door wat er op de briefjes staat, en gewoon doorga met scannen. Ik doe er zo’n 50-60 per middag. Ik laat me alleen afleiden door een bijzonder adres, zoals ‘kamer X, straat Y, drie hoog achter, tweede deur links’. Op dit moment scan ik als enige de doodsbriefjes in. Het is ook het enige dat ik doe, het beschrijven van de briefjes laat ik graag over aan een ander. Ik ben hier vooral vanwege de sociale contacten.” Een collega van Roon weet te vertellen dat er binnenkort een project start waarbij vrijwilligers de inhoud van de briefjes gaan beschrijven.
Prettige werksfeer
Roon is een afkorting van Ronald, de naam hij overhield uit de tijd dat er in zijn studententijd in de jaren tachtig twee studenten met exact dezelfde voor- en achternaam rondliepen. Vlak na zijn studie heeft Roon trouwens ook al eens als vrijwilliger bij het RAZ gewerkt. “Als afgestudeerde moest ik uit mijn studentenflat vertrekken en ik kwam bij mijn moeder in Vorden te wonen. Omdat er in die tijd veel werkloosheid was, vroeg ik een uitkering aan en in ruil daarvoor werd ik als vrijwilliger bij het archief geplaatst. Ik heb daar destijds heel prettig gewerkt en toen ik een aantal jaren geleden werkloos werd door mijn eerste herseninfarct, heb ik gevraagd of ik hier weer terecht kon. En dat kon! Onlangs kreeg ik opnieuw een herseninfarct waardoor mijn kortetermijngeheugen niet meer goed werkt. Maar hier kan ik mijn eigen tijd indelen en de werksfeer is nog steeds even prettig als veertig jaar geleden!”
