Tegen het “bedrijff ende onderkruijpingen”
In 2026 staat het erfgoedthema 'Verering' centraal in Zutphen. Historica Mirjam van Velzen-Barendsen is dieper in het thema gedoken en schrijft daar een reeks artikelen over. Dit is het eerste uit een serie van drie. (tekst onder de foto)

Door Mirjam van Velzen-Barendsen
De vrijheid om te eren en te vereren is niet vanzelfsprekend. Zo was het in de zeventiende eeuw wel toegestaan rooms-katholiek te zijn, maar het openbaar uitoefenen van deze godsdienst was verboden. De wereldlijke overheid trof dan ook regelmatig maatregelen om de rooms-katholieken aan te pakken.
Een van de gevaren was dat gereformeerden verleid zouden worden door bijvoorbeeld de sacramenten en de heiligenverering. Zo ontving de classis van de Hervormde Kerk in Zutphen in september 1640 een ordonnantie van de Staten van Gelderland waarin maatregelen werden getroffen tegen het “bedrijff ende onderkruijpingen vande Roomse geestelijcke ende hunnen aenhanck”. De Roomse geestelijken werden ervan beschuldigd dat zij probeerden hun geloof in stand te houden en uit te breiden, met als doel de “ware” christelijke religie te ondergraven.
Het gevaar was volgens de Staten groot, want de gereformeerde religie is niet omgeven door allerlei “uijtterlijcke ceremonien”, maar wil het hart van de mensen juist aanspreken door het verspreiden van de leer van de gereformeerde religie. Daarom gaven de Staten de predikanten enkele opdrachten. Zo moesten ze veel aandacht hebben voor de catechisatie, omdat door “vraegen en antwoorden ’t best geleert wordt”. Ook visitaties – ofwel huisbezoeken – werden als middel ingezet. Deze moesten op allerlei tijdstippen worden gedaan en “nijet alleen tegens den tijdt dat men het nachtmael des Heeren sal holden”. Het uitvoeren van deze maatregelen was verplicht; predikanten die deze taken niet of onvoldoende zouden oppakken, werden gestraft. Uiteraard “nae kerckelicke discipline”!
Bron: RAZ, 0283 Archief van de Classis Zutphen van de Nederlandse Hervormde Kerk (1593-2000), inv.nr. 17. Met dank aan de vrijwilligers die de ordonnantie transcribeerden.
Afbeeldingen:
- Boven: De rooms-katholieke eredienst vond in de zeventiende eeuw vaak plaats in schuilkerken of -kapellen. Zoals bijvoorbeeld in deze kapel in Rode Torenstraat 23, in 1628 ingericht door de familie Haeck. (Regionaal Archief Zutphen, M. de Graad, fotonummer 0478_041408-8)
- Onder: In een prachtig geschreven brief worden de maatregelen tegen de rooms-katholieken bekend gemaakt. (Regionaal Archief Zutphen, 0283-17, fotonummer 0283_0017_0001)
Voor de liefhebber de volledige transcriptie:
(0238_0017_0001)
Die Staaten des Vorstendombs
Gelre ende Graeffschaps
Zutphen
Weerde ende aendachtige lieve besondere,
Wij hebben moegelijche ordre gestelt tegens t‘ont-
heijligen vanden sabbath etcetera eensamentlijck
tegens ’t bedrijff ende onderkruijpingen vande
Roomse geestelijcke ende hunnen aenhanck,
volgens placcaten daer van geëmaniert, waer
alsoo het nijet genoech en is, op ’t ontheijligen
van den sabbath voornoemt, ende den aencleven
van dien den ingesetenen te verbieden, wat
’t onderlaten staet , tensij te gelijck sie uijt
Godeswoort vermaent, ende onderwesen
worden hoe sij den voornoemden sabbath daer en
tegens heijligen vierden, ende stichtelijck toe-
brengen sullen, mitte oeffeninge van’t voornoemde
heijlige woort Godes eensamentlijck
alle christelijcke wercken ende deuchden
waerinne ten opsichte vande voortplanting
ende aenwasch vande waere christelijcke
gereformierde religie, wel dien ijver ende
neersticheijt billick gewenscht mochte worden.
daermede gemelte roomse geestelicken ende
hunnen aenhanck bearbeijden die staenhoudinge
ende voortplantinge van hunne superstitien
ende overgelooff bij tijdt ende ontijidt, sonder
eenige ongelegenheijt noch gevaer aen te sien
als d’ervarentheijit sulcx betuijcht allet om nijet
alleen t’ondergraeven, maer oock soo veel in hun is
te dempen die voornoemde waere christelicke
gereformierde religie, die welcke daer om te
meerderen vlijt ende surchvoldicheijt vereijscht
als dieselve sijnde van weijnig uijtterlijcke
ceremonien alleene bestaet int leeren ende
(0238_0017_0002)
doen bevroeden van Godes heijlige wil ende
voorts, ’t welck door werckinge van den
heijligen geest daerover geduijrich aen te
roepen ’t hert vanden mensche moege buijgen
tot gehoorsaemheijt, ende innerlijcke levendich
maeckinge , die bij de vruchten in der daat
proeve moegen geven vande leere der voorsseide
gereformierde religie, ende vervolgens
den evennaesten stichten ende bouwen na behooren,
soo ist dat wij hier bij ernstelijck versoecken
en niettemin lasten dat volgens ’t exempel
van eenige nabuijr provincien als Utrecht
ende andere, uw waarde allenthalven in desen
Vorstendom, ende Graeffschap soo wel ten
platten lande als in de steden in ’t werck
stellen *ende doen int werck stellen*, oock vervolgens sonder onderlatinge
continuieren die noedige cathechisatie, in
betrachtinge dat door vraegen en antwoorden
’t best geleert wordt. Van gelijcken dat bij
de predicanten, oock soo wel ten platten
lande als inde steden allomme geschieden
die behoorlijcke visiten binnen huijsen
nijet alleen tegens den tijdt dat men het
nachtmael des Heeren sal holden maer
oock steets bij alle gelegenheijt. Ende
eijntelijck dat die geenige vande leeraers
in desen ende andere gebreckich vallende
ofte sich anderssins vergeetende, ofte te
buijten gaende moegen worden, gecensuriert
ende bestraft, als nae kerckelicke discipline
betaemt, allet welcke behalven het uw waarde
ampt ende debvoir is, soo willen wij ten
aensien vande bevorderinge van Godes
eere ende verbreijdinge vande voornoemde
waren christelijcke gereformierde religie
(0238_0017_0003)
ons sulcx tot uw waarde t’eenemael
verlaten ende dieselve hiermede inde be-
scherminge Godes bevelen. Geschreven
te Arnhem den 2 september 1640
Ter ordonnantie vande selve
J. Sluijsken 1641
